Samuel David van Amerongen

Samuel David van Amerongen is geboren in Amsterdam op 12 oktober 1901. Zijn ouders waren David Samuel van Amerongen (Naarden, 15 april 1873- Amsterdam 26 februari 1938) en Johanna van Amerongen-van Kleef (Leeuwarden, 6 juli 1872- Auschwitz, 28 september 1942). Samuel (Sam) was de oudste van de zeven kinderen, zes zonen en een dochter. Na hem kwamen Marcus David, (19 december 1902), Izak David (22 januari 1904), Manus David (24 maart 1905), Levie David (10 april 1906) en Hendrick David (21 oktober 1907, dit kind leefde slechts1 jaar, hij stierf op 2 november 1908). Als laatste kwam op 15 juli 1910 dochter Elisabeth ter wereld.

Foto links: Izak, Samuel en Marcus van Amerongen bespelen respectievelijk piano, viool en cello.

Samuel David van Amerongen

Voornaam
Samuel David (Sam)
Achternaam
van Amerongen
Geboortedatum
12 oktober 1901
Geboorteplaats
Amsterdam
Sterfdatum
31 maart 1943
Sterfplaats
Seibersdorf

Het was een muzikaal gezin. Op deze foto spelen Izak, Samuel en Marcus respectievelijk piano, viool en cello. De jongste van het gezin, Elisabeth was later bekend als zangeres onder de naam ´Miss Betty`.

Izak, Samuel en Marcus van Amerongen bespelen respectievelijk piano, viool en cello.

In het militieregister gedateerd 18 mei 1920 wordt vermeld dat Samuel musicus is, 1.67 lang en ongeschikt voor militaire dienst, wegens ‘breuk’.
Op 12 september 1925 vierden de ouders van Samuel hun 25-jarig huwelijksjubileum.

Samuels vader David van Amerongen overleed op 26 februari 1938 te Amsterdam op 64-jarige leeftijd. Zijn moeder Johanna woonde daarna bij haar dochter Elisabeth en haar man Barend Alter en hun zoontje Marcel aan de Zwetstraat 23 in Den Haag.

In het krantenarchief zijn diverse aankondigingen terug te vinden over Samuels activiteiten als orkestleider.

24-2-1933

In onderstaand bericht leidde Samuel het orkest waarmee hij zijn zus Elisabeth begeleidde, zij trad als ‘Miss Betty' op met de 'Miss Betty Girls'. 

21-2-1935

Elisabeth van Amerongen, alias ‘Miss Betty’. Foto: Joods Monument

Samuel bleef zijn viool trouw. Behalve dat hij orkestleider was, trad hij ook op als violist, zoals onderstaand krantenbericht van 31 december meldt. Het was een vooraankondiging van een optreden in het Sanatorium Apeldoornse Bos in Apeldoorn.

In De Maasbode van 20 september 1940 wordt melding gemaakt (onderste regel) van het huwelijk tussen Samuel van Amerongen en Sara Lopes Cardozo, dat plaatsvond op 19 september 1940.


Sara Lopes Cardozo is geboren op 15 oktober 1905 in Amsterdam. Haar ouders waren Isaac Lopes Cardozo (1871-1934) en Klaartje Lopes Cardozo-Auerhaan, (later Klaartje Scharis-Auerhaan) (1870- Auschwitz 1942). Sara had twee oudere zussen: Betje (1897- Sobibor 1943) en Sophie (1899- Sobibor 1943).

Samuel en Sara woonden op de Moddermolensteeg 8 I in Amsterdam.

Samuel bleef zijn viool trouw. Behalve dat hij orkestleider was, trad hij ook op als violist.

Samuel en Sara kwamen op 6 september 1942 aan in kamp Westerbork. Op hun kaarten van de Joodse Raad staat dat Samuel agent was en Sara grossier.
Ze gingen de volgende dag al, op 7 september 1942, op transport naar Auschwitz.
Sara van Amerongen-Lopes Cardozo stierf aldaar op 24 september 1942, op 36-jarige leeftijd.

Hun transport was een Cosel-transport, wat inhoudt dat de trein voor Auschwitz stopte in het plaatsje Cosel om er jongemannen uit te halen voor de werkkampen.
In dit transport zaten 930 personen. 110 hiervan zijn in Cosel uit de trein gehaald. Uiteindelijk hebben 9 personen de oorlog overleefd.

Rode Kruisonderzoek Coseltransporten

De overlijdensdatum van Samuel David van Amerongen is op 31 maart 1943 vastgesteld. Zijn sterfplaats was Seibersdorf. Hij was 41 jaar.

Seibersdorf
Seibersdorf was een verschrikkelijk kamp. Een overlevende vertelde over het werk dat de gevangenen moesten doen het volgende:

‘We moesten met kruiwagens stenen vervoeren om wegen aan te leggen, van de vroege ochtend tot laat in de avond. We begonnen in de regenperiode en stonden in modder en leem. Daarna begon de vorst en moesten we de grond en de stenen uithakken. Het zwaarste was het dragen van de rails die wij moesten leggen. Daarbij kwam dat wij ook heel weinig te eten kregen. Zowel op het werk als in het kamp werd vaak geslagen. Je moest dan op een lorrie gaan liggen en dan kreeg je een portie en werd er bepaald hoeveel stokslagen je kreeg. (…) Er was een strenge discipline. Bij het minste vergrijp werd erop los getimmerd en daarbij vielen regelmatig doden. Die gingen dan in een kuil, twee of drie op elkaar.’

En een andere overlevende:

‘Overdag moesten wij aan de spoorbaan werken en 's avonds aan de opbouw van het kamp. Water was er haast niet. De mensen stierven er als ratten.’

Van de inventaris van het huis van Samuel en Sara aan de Moddermolensteeg 8 I is onderstaande inventarislijst bewaard gebleven:

kamer
vitrage (2)
overgordijn (2)
olieverfschilderij
wandplaat (4)
hanglamp
tafel
stoel (4)
clubfauteuil (3)
divan met beddengoed
buffet met glasservies
ronde tafel (2)
spiegel
kolenoven
schemerlamp
vaas
wekker
luidspreker
bloementafel
kanten kleed (8)
schoenen
balatum vloerbedekking
tapijt
mat
kamer
overgordijn
spiegel
opklapbed met beddengoed en ombouw
nachtkastje
stoel (2)
spiegel
hanglamp
schemerlamp
dameskleding
balatum vloerbedekking
stofzuiger ("Electrolux")
gang
kokosloper
kapstok met kleding
trap
loper met roeden
keuken
vitrage (3)
lamp
tafel
stoel (2)
oliekachel
keukenkast
kokosloper

Familieleden van Samuel:
Samuels moeder Johanna van Amerongen-van Kleef (6 juli 1878), zijn zuster Elisabeth Alter-van Amerongen (15 juli 1910), haar man Barend Alter (15 januari 1905 en hun zoontje Marcel Alter (10 september 1937) kwamen op 23 september 1942 aan in kamp Westerbork. Hun transport naar Auschwitz volgde al snel, op 25 september 1942. Johanna, Elisabeth en Marcel werden na aankomst, op 28 september 1942 omgebracht. Barends dood werd vastgesteld op 31 januari 1943.
Johanna van Amerongen-Van Kleef was 70 jaar. Elisabeth Alter-van Amerongen was 32 jaar. Marcel Alter was 5 jaar. Barend Alter was 38 jaar.

De enige overlevenden uit deze familie waren Marcus David van Amerongen, zijn vrouw Catharina Wilhelmina van Amerongen-Moltini (Amsterdam 18 februari 1908) en hun kinderen David Marcus (19 februari 1930), Silvain Marcus (21 maart 1932) en Johanna Dorothea (28 oktober 1938).
Catharina was katholiek, wat op grote bezwaren stuitte bij de vader van Marcus. Om het huwelijk toch door te kunnen laten gaan, nam Catharina het Joodse geloof aan, waardoor het hele gezin, toen de oorlog uitbrak als Joods geregistreerd was. Waarschijnlijk heeft een suggestie van broer Izak, werkzaam bij de Joodse Raad, een reddende oplossing gebracht. Er kwam een rechtszaak, waarin de rechtsgeldigheid van de toetreding tot het Joodse geloof van Catharina bestreden werd. Deze werd gewonnen, en Catharina werd weer als katholiek geregistreerd. Daardoor kon zij met haar kinderen in hun huis blijven wonen. Marcus moest in een werkkamp, maar wist te overleven.

 Izak David van Amerongen en zijn vrouw Helena van Amerongen-van Voolen hadden een Sperre vanwege de functie van Izak bij de Joodse Raad. Ondanks deze Sperre kwamen zij op 26 augustus 1943 aan in kamp Westerbork. Zij werden op 31 augustus getransporteerd naar Auschwitz. Helena van Amerongen-van Voolen kwam op 3 september 1943 om. Zij was 36 jaar. Izak van Amerongen kwam om ergens in Polen. Zijn overlijdensdatum is vastgesteld op 30 maart 1944. Hij werd 40 jaar.
Manus David van Amerongen was in oktober 1940 getrouwd met Anna Tertaas (Duisburg, 21 december 1909).
Levie David van Amerongen was eind 1936 of begin 1937 getrouwd met Betsy van der Ven (Amsterdam, 11 mei 1908).
Zowel Manus en Anna als Levie en Betsy kwamen op15 juli 1942 aan in kamp Westerbork. Op 16 juli 1942 volgde hun transport naar Auschwitz.
Beide broers stierven in Block 12, de ziekenbarak van Auschwitz, Manus op 27 juli 1942 en Levie op 13 augustus 1942. Manus was 37 jaar, Levie was 36 jaar.
Anna van Amerongen-Tertaas stierf op dezelfde dag als haar schoonzus Betsy van Amerongen-van der Ven, op 30 september 1942. Beide vrouwen waren 32 jaar.

Familieleden van Sara van Amerongen-Lopes Cardozo:
Na de dood van haar man was de moeder van Sara, Klaartje Lopes Cardozo (Amsterdam 20 maart 1870) hertrouwd met Lodewijk Scharis. Klaartje kwam een dag voor haar dochter Sara en schoonzoon Samuel, op 5 september 1942, aan in kamp Westerbork. Ze gingen met zijn drieën met hetzelfde transport op 7 september 1942 naar Auschwitz. Net als haar dochter stierf ook zij op 10 september 1942. Klaartje Scharis-Auerhaan was 72 jaar.
Haar man Lodewijk Scharis (Amsterdam 23 april 1867) kwam op 19 september 1942 aan in kamp Westerbork en werd op 21 september getransporteerd naar Auschwitz. Daar werd hij op 24 september 1942 omgebracht. Lodewijk Scharis was 75 jaar.

De zus van Sara, Sophie Lopez Cardozo (Amsterdam 8 februari 1899) was ongehuwd en pianolerares. Zij kwam tezamen met hun oudste zus Betje Haag-Lopes Cardozo (8 maart 1897) op 20 mei 1943 aan in kamp Westerbork. Ze werden in barak 57 geplaatst.
Ook Betjes man Salomon Haag (20 december 1896) en drie van hun vier kinderen,
Isaac (16 oktober 1922) (bode bij de Joodse Invalide), Christina (7 december 1925) en Klaartje (10 januari 1928) waren hierbij en kwamen ook in barak 57.
Het transport van deze zes mensen was op 25 mei 1943 en vertrok naar Sobibor. Ze werden allen omgebracht op 28 mei 1943.
Sophie Lopes Cardozo was 44 jaar. Betje Haag-Lopes Cardozo was 46 jaar, Salomon Haag was 46 jaar, Isaac Haag was 20 jaar, Christina Haag was 17 jaar en Klaartje Haag was 15 jaar.
De oudste zoon van Betje en Salomon was Jozef (13 december 1920) had een Sperre als hulpportier bij de Joodse Invalide. Hij kwam aan in kamp Westerbork op 29 september 1943 en ging op transport naar Auschwitz op 19 oktober 1943. Zijn datum van overlijden is vastgesteld op 31 maart 1944 in Polen. Jozef was 23 jaar. 

Foto's: privécollectie.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.