Izak David van Amerongen

Izak David van Amerongen, Is of Ies genoemd, is geboren in Amsterdam op 22 januari 1904. Hij was de zoon van David Samuel van Amerongen (Naarden 15 april 1873 – Amsterdam 26 april 1930) en Johanna van Kleef (Leeuwarden 6 juli 1872- Auschwitz 1942), die op 20 september 1900 in Amsterdam getrouwd waren. Het gezin bestond uit 7 kinderen, 6 jongens (waarvan een als eenjarige overleden was) en 1 meisje - Izak was het derde kind.

Izak David van Amerongen

Voornaam
Izak David
Achternaam
van Amerongen
Geboortedatum
22 januari 1904
Geboorteplaats
Amsterdam
Sterfdatum
30 maart 1944
Sterfplaats
Polen

Izak kwam uit een muzikaal gezin. Hij speelde piano. Op deze foto speelt hij samen met zijn broer Samuel (viool) en Marcus (cello). Zijn zus Elisabeth was zangeres, ze trad op onder de naam 'Miss Betty'. 

Foto: privécollectie

Er is niet veel terug te vinden over het leven van Izak David van Amerongen in de archieven. Het eerste spoor van hem staat in het Militieregister van het Stadsarchief te Amsterdam. Izaks keuring voor militaire dienst was op 20 maart 1923, hij was toen 19 jaar. Daarin valt te lezen dat hij met zijn ouders woonde aan de Plantage Muidergracht 87 hs in Amsterdam. Op dat moment had hij geen beroep, wel de aantekening: richting muziek, en bij opleiding: conservatorium LO.

Izak was 1.65 meter lang. Hij werd bij deze keuring geschikt bevonden voor de dienstplicht. Er vond een herkeuring plaats op 10 december 1923. Ook hier kreeg hij de opmerking: ‘Geschikt’ maar ook: ‘Platvoeten’. Dit belette niet dat Izak in dienst moest.

In de eerste kolom van het document hieronder, waarin niet alles even goed leesbaar is, staat aangegeven welke voorkeuren de dienstplichtige Izak had en daaronder waar hij het meest geschikt voor geacht werd. In de tweede kolom is te lezen dat hij geplaatst is in het 5e Regiment Infanterie. In de laatste kolom worden zijn herhalingsoefeningen vermeld.

Krantenberichten uit de volgende jaren melden dat Izak geregeld bij vieringen voor de muzikale omlijsting zorgde. Zo meldt het Algemeen Handelsblad op 7 augustus 1927 het volgende:

'De Ontspanningscommissie voor de dienstplichtigen van 5e en 16e R.I. die tussen 8 t/m 24 Sept. A.s. voor herhalingsoefeningen onder de wapenen komen, zou gaarne uit de dienstplichtigen één of meer strijkjes enz. formeeren om ’s avonds voor de soldaten te spelen.’

Men kon zich opgeven bij I.D. van Amerongen, die toen klaarblijkelijk aan de Plantage Franschelaan 11 (nu Henri Polaklaan) in Amsterdam woonde. Uit zijn onlangs teruggevonden Hebreeuwse gebedenboek (zie hieronder) blijkt dat hij ooit ook op Nieuwe Prinsengracht 114 gewoond moet hebben.

Dit bericht bevestigt dat Izak zich regelmatig met muziek bezighield.

 Er zijn nog meer krantenberichten te vinden waarin de muzikale belangstelling van Izak (die in de berichten vaak ‘Is.’ genoemd wordt) blijkt. Hieronder het krantenbericht van 19 november 1926 in het Nieuw Israelietisch Weekblad over het zeventigjarig huwelijksjubileim van de heer en mevrouw Piller, wonende in de ‘Joodsche Invalide’:

 

Eveneens in het Nieuw Israelietisch Weekblad, van 1 april 1927: over de ‘viering van Poerim in de ‘Joodsche Invalide’.

‘Wij zijn Nederlandsche Joden, en hebben daarom het recht te eischen, dat een dergelijke taal in Nederland niet wordt geduld.’

Huwelijk en ingezonden brief
Op 28 mei 1928 trouwde Izak in Amsterdam met Helena van Voolen, geboren op 7 mei 1907 in Amsterdam als het enige kind van Gerrit van Voolen (1878-1920) en Rachel van Voolen-Granade (1877- Sobibor 1943). In het huwelijksregister staat als beroep van Izak genoteerd: ‘handelsreiziger’. Het huwelijk bleef kinderloos. Izak en Helena woonden aan de Geulstraat 3 II in Amsterdam – het gebouwencomplex was enkele jaren eerder in de Rivierenbuurt gerealiseerd.

Op 7 oktober 1938 verstuurde Izak een ingezonden brief naar het Nieuw Israëlietisch Weekblad:

 Izak geeft duidelijk uiting aan zijn ongerustheid over de aanvallen van ‘een Nederlandsche Beweging, die zich niet anti-semietisch noemt, maar door daden bewijst alles gemeen te hebben met een soortgelijke beweging à la Streicher.’ Hij doet een dringend verzoek aan de ‘Nederlandsche Regeering om een dergelijke lastertaal en ophitsing te verbieden.’ Izak stelt ook: ‘Wij zijn Nederlandsche Joden, en hebben daarom het recht te eischen, dat een dergelijke taal in Nederland niet wordt geduld.’

Met de ‘Nederlandsche Beweging’ bedoelde Izak ongetwijfeld de NSB en met Julius Streicher (1885 - 16 oktober 1946) verwijst hij naar een Duitse nazileider en journalist, berucht om zijn pathologische Jodenhaat, die tot uiting kwam in zijn artikelen in 'Der Stürmer' waarin hij een hetze tegen de Joden voert, en hen van allerlei misdaden tegen het Duitse volk beschuldigt.

De Oorlog
Izaks broers, zuster en moeder waren al bij razzia´s in 1942 opgepakt en gedeporteerd.
Nadere informatie over hoe het Izak en Helena van Amerongen-van Voolen vergaan is, is te vinden op hun kaarten van de Joodse Raad. Daarop staat te lezen wat de vroegere functie van Izak was: ‘Agentuurhandel in Solinger staalwaren. Reparatie van staalwaren (messen)’.
Op 25 november 1942 kreeg Izak een functie bij de Joodse Raad, hij werd ‘Administrateur Expo’ aan de Jan van Eyckstraat. Vanwege deze functie hadden Izak en Helena, maar ook zijn schoonmoeder de weduwe Rachel van Voolen-Granade een Sperre. In de oorlogsjaren woonde Rachel op hetzelfde adres als Helena en Izak: Geulstraat 3 II in Amsterdam.

‘Expo’ staat voor Expositur, het verbindingskantoor tussen de Joodse Raad en de eind maart 1941 opgerichte Zentralstelle für Jüdische Auswanderung aan het Adama van Scheltemaplein in Amsterdam, dat de deportatie van de joden naar de concentratiekampen organiseerde. Het verkrijgen van een vrijstelling van deportatie (Sperre) werd vanaf juli 1942 geregeld door de Expositur, met drie locaties aan de nabijgelegen Jan van Eyckstraat, op de nummers 15 (administratie), 19 en 21.

In de zomer van 1943 was een zeer groot deel van de Nederlandse Joden al gedeporteerd. De laatste groep medewerkers van de Joodse Raad kwam terecht op uitzonderingslijsten en kregen als bewijs een document: de 'Ausnahme-Bescheinigung (Au-Be)'. Ook Izak en Helena hadden die aantekening op hun kaarten van de Joodse Raad.

De Sperre bleek uiteindelijk niets waard. Moeder en schoonmoeder Rachel van Voolen-Granade kwam op 20 juni 1943 terecht in kamp Westerbork, ondanks de Sperre die zij dankzij Izak bezat.
Izak en Helena moeten in onderduik opgepakt zijn, want ze kwamen beiden op 26 augustus 1943 aan in kamp Westerbork, in barak 67, de strafbarak. Hun Joodse Raadkaart vermeldt dat ze op 17 augustus 1943, dus 9 dagen voor hun aankomst in kamp Westerbork, verhuisd waren naar de Hofmeyrstraat 12 III.
Helena en Izak verbleven slechts vijf dagen in kamp Westerbork. Hun trein naar Auschwitz vertrok op 31 augustus 1943. Op de transportlijst staat bij Helena vermeld: ‘Telefonistin’ en bij Izak vermeld: ‘Pfleger’.

 Izak kwam om in Polen op 30 maart 1944. Hij was 40 jaar. Zijn vrouw Helena van Amerongen-van Voolen werd op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord. Ze was 36 jaar. 

Zijn schoonmoeder Rachel van Voolen-Granade werd op 13 juli 1943 vanuit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar ze op 16 juli 1943 werd vermoord. Zij was 65 jaar.

Izaks moeder, Johanna van Amerongen–van Kleef (Leeuwarden 6 juli 1872) werd in Auschwitz op 28 september 1942 vermoord, op dezelfde dag als Izaks enige zuster Elisabeth Alter-van Amerongen (Amsterdam 15 juli 1910) en haar vijfjarige zoon Marcel Alter (haar man Barend Alter werd een paar maanden later in Auschwitz omgebracht).

Op één na zijn ook al zijn in Amsterdam geboren broers omgekomen: Samuel David (12 oktober 1901 - Seibersdorf, Oostenrijk, 31 maart 1943), Manus David (24 maart 1905 - Auschwitz 27 juli 1942), Levie David (10 april 1906 - Auschwitz 13 augustus 1942. Alleen Marcus David (19 december 1902 – 11 oktober 1986) overleefde, evenals diens vrouw en hun drie kinderen. Marcus' vrouw Catharina was katholiek, wat op grote bezwaren stuitte bij de vader van Marcus. Om het huwelijk toch door te kunnen laten gaan, nam Catharina het Joodse geloof aan, waardoor het hele gezin, toen de oorlog uitbrak als Joods geregistreerd was. Waarschijnlijk heeft een suggestie van Izak, werkzaam bij de Joodse Raad, een reddende oplossing gebracht. Er kwam een rechtszaak, waarin de rechtsgeldigheid van de toetreding tot het Joodse geloof van Catharina bestreden werd. Deze werd gewonnen, en Catharina werd weer als katholiek geregistreerd. Daardoor kon zij met haar kinderen in hun huis blijven wonen. Marcus moest in een werkkamp, maar wist te overleven.

Ruim 75 jaar later, op 27 januari 2020, verscheen de volgende oproep op de website van Joods Monument:

‘Mijn schoonvader is twee jaar geleden overleden. Bij het opruimen van zijn kamer troffen we opnieuw een Joods gebedenboek en een Joodse kandelaar. Mijn schoonvader heeft ooit verteld dat zijn bovenburen aan de Geulstraat 3 in Amsterdam deze aan zijn ouders hebben gegeven om te bewaren tot na de oorlog.... Het gebedenboek is nooit opgehaald, waarschijnlijk omdat het hele gezin de oorlog niet heeft overleefd.

Het gaat om de familie van Amerongen. We willen het boek en de kandelaar teruggeven aan familieleden (wellicht nazaten van broers/zussen van Izak van Amerongen of zijn vrouw).’

Het gebedenboek en de kandelaar zijn na overleg tussen de families Van Voolen en Van Amerongen kort daarna overhandigd aan de enige overlevende neef van Izak David van Amerongen.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.