Dat ze een goede onderwijzeres was blijkt wel uit de volgende opmerking over Elly: “Ze was dol op kinderen en de kinderen waren dol op haar!”
Foto links: Elly Vleesblok (bron: https://www.joodszwolle.nl/vleesblok-de-vries/)
Elly Vleesblok
- Voornaam
- Elly Desira
- Achternaam
- Vleesblok
- Geboortedatum
- 14 maart 1908
- Geboorteplaats
- Veendam
- Sterfdatum
- 27 augustus 1943
- Sterfplaats
- Auschwitz
Elly Vleesblok werd geboren in Veendam op 14 maart 1908 als oudste kind van Simon Vleesblok (Wildervank, 27 mei 1875) en Rosalie Philips (Vorden, 21 december 1869).
Geboorteakte - gemeentearchief Veendam
Twee jaar later, op 4 april 1910, werd haar broer Lex geboren, Alexander Martin Jean voluit. Elly kwam uit een familie van slagers: haar vader, grootvader en overgrootvader en ook de broer van haar vader, Jonas Vleesblok en zijn zoon Meijer, die de oorlog zou overleven, waren allemaal slagers. Rond 1930 waren er in Veendam wel acht Joodse slagers die elk hun eigen specialiteit hadden en hun waren per fiets bij de klanten thuisbrachten. Ze woonden al eeuwenlang in Veendam en het naburige Wildervank. Elly’s vader Simon kreeg in 1907 van de gemeente een vergunning voor het oprichten van een slagerij en een voor een slachtplaats. Zijn bedrijf lag op 200 meter van de synagoge. Ook hij bracht het vlees op de fiets bij de klanten thuis.
De Noord-Ooster, 23 augustus 1932.
Dit betreft de slagerij van Jonas Vleesblok, de broer van Elly’s vader Simon.
Vader en moeder Vleesblok, die met hun kinderen woonden aan de Boven Oosterdiep 37 in Veendam, hechtten veel waarde aan de Joodse tradities. Lex werd bar mitswah, en vader Simon was lid van het Joods armenbestuur in Veendam.
NIW, 1923
Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland, 14 juli 1933
Na de lagere school bezocht Elly de huishoudschool en vervolgens heeft ze de opleiding tot onderwijzeres aan de Rijkskweekschool in Groningen gevolgd, waar ze in juni 1928 slaagde voor het eindexamen.
Algemeen Handelsblad, 22 juni 1928
In juli van dat jaar behaalde ze ook de akte handwerken.
Centraal blad voor Israëlieten in Nederland ,13 juli 1928
Vanaf die tijd solliciteerde ze naar functies op scholen in de regio en ook daarbuiten. In april 1930 werd ze benoemd tot onderwijzeres op een openbare lagere school in De Kom, in Capelle aan de IJssel, en kwam toen uit Veendam. Ze bleef daar twee jaar werken tot ze in 1932 afscheid nam in verband met haar op wachtgeldstelling.
Provinciale Noordbrabantsche en ‘‘s-Hertogenbosche courant, 4 mei 1932
In 1933 werd ze voorgedragen voor een functie op een school in Gorssel, komende van een school in Klazienaveen. Zij kreeg de baan niet.
28 februari 1933
In april 1933 werd ze benoemd op een school in Ulrum, en op een in Achtkarspelen maar bedankte voor deze functies omdat ze ook was benoemd op een school in Ruinen, in Drenthe, per 1 mei 1933. Ze kwam toen van een school in Nieuw-Weerdinge, ook in Drenthe.
Provinciale Noordbrabantsche en ‘‘s-Hertogenbosche courant, 28 april 1934
Provinciale Drentsche en Asser courant, 12 april 1933
Benoeming op de school in Ruinen
In november 1936 ging ze naar Westernieland voor een benoeming aan de openbare lagere school daar. Ze was toen op wachtgeld en woonde in Veendam.
Nieuwsblad van het Noorden, 25 november 1936
In 1937 solliciteerde ze naar een betrekking in Stieltjeskanaal, en in 1938 verzocht ze om overplaatsing naar een school in Pieterburen, waar een vacature was, maar die banen kreeg ze niet. Waarschijnlijk was ze bang haar baan in Westernieland te verliezen, in verband met een teruglopend leerlingenaantal, en dat gebeurde dan ook in 1940. Elly kreeg eervol ontslag omdat haar functie werd opgeheven.
Nieuwsblad van het Noorden, 29 april 1940
In de krant van 5 december 1940 lezen we dat Elly weer naar Veendam is verhuisd, naar Boven Oosterdiep 37, het adres van haar ouders, komende uit Usquert, dus mogelijk heeft ze daar een aantal maanden gewerkt. Dat ze een goede onderwijzeres was blijkt wel uit de volgende opmerking over Elly: “Ze was dol op kinderen en de kinderen waren dol op haar!”
De Noordooster, 5 december 1940
Eerder in periodes dat ze op wachtgeld was en geen baan had, was ze in Veendam in de kost geweest bij de familie Tof, Hanna Tof – Woudstra en Benjamin Tof:
Van links naar rechts, Benjamin Tof, dochter Roza Julia Tof, Hanna Tof – Woudstra en Elly Vleesblok.
Alleen Roza zou de oorlog overleven. (bron: De joodse gemeenschap van Veendam-Wildervank, Muntendam en
Meeden - Hage, R.C. en De Vey Mestdagh. J.H.)
Elly hield van toneelspelen. Ze was vicevoorzitter van de toneelvereniging TOP (Tot Ons Plezier) in Veendam.
De Noordooster, 12 januari 1939
Toen de oorlog was uitgebroken en er steeds meer maatregelen van kracht werden die de Joden in Nederland beperkingen oplegden, was een daarvan dat Joodse leerkrachten niet meer mochten lesgeven, en Joodse kinderen niet meer naar het reguliere onderwijs mochten. In de grotere steden werden Joodse scholen opgericht. Eind 1941 werd Elly benoemd als onderwijzeres op de Joodse Lagere school aan de Bezemstraat in Den Haag. Daar ging ze wonen bij mevrouw Huisman in een bovenwoning aan de Grote Markt. Vanwege haar functie in het onderwijs had Elly een sperre.
Verklaring van de Joodse Raad dat Elly door haar functie onmisbaar was.
(bron: https://www.joodszwolle.nl/vleesblok-de-vries/)
“Ze was dol op kinderen en de kinderen waren dol op haar!”
In die periode trok ze veel op met haar huisgenoot en collega leraar Henri Hartog Meijler (Aalten, 9 september 1915 – Den Haag, 3 april 2012). Ze voerden lange gesprekken, vooral over de oorlogssituatie en luisterden regelmatig naar de radio. Verder schreef Elly veel brieven aan haar familie in Veendam. Vanwege de vele onheilspellende berichten vroeg Elly haar familie om onder te duiken. Haar ouders durfden dit niet. Haar broer Lex dook wel onder. Ook Henri Meijler dook met hulp van verzetsman Jan Eppink onder in Aalten en Eppink kon ook voor Elly een onderduikadres regelen. In 1943 waren zoveel Joodse leerlingen opgepakt of ondergedoken dat Elly inzag dat haar sperre niet lang meer geldig zou zijn. Samen met Mathilde Leezer (Aalten, 27 september 1914) kwam ze terecht op een onderduikplek boven het spoorwegstation in Aalten.
In een interview van na de oorlog vertelt Henri Meijler:
Op 8 oktober 1942 had ik nog acht kinderen in de klas; toen ben ik vertrokken naar Aalten. Jan Eppink heeft mij opgehaald en samen zijn we met de trein naar de Achterhoek gereisd. In Doetinchem ben ik samen met mijn broer ondergedoken. We kwamen bij een vrouw, maar die werd gechanteerd met ons verblijf door een getrouwde man, een vriend van haar. We moesten weer weg en zijn toen boven het station in Aalten gekomen. Uit Den Haag kende ik Elly Vleesblok, een collega met wie ik in hetzelfde pension woonde, en Mathilde Leezer, die oorspronkelijk ook uit Aalten komt. Zij waren vriendinnen van mij. Ik had Elly beloofd om haar ook in Aalten te krijgen. Waar zij precies heeft gezeten, die eerste tijd, dat weet ik niet. Op een gegeven moment was het boven in het station niet meer veilig. Mijn broer en ik zijn van het station naar Wiggers (een boer die onderduikers had) gegaan. Ik denk dat Elly en Mathilde weer op het station zijn ondergebracht omdat een overval uitbleef. Maar ze zaten er nog maar net en toen kwam die overval. Ik voel me daar eigenlijk nog schuldig over. Door mij is Elly in Aalten terechtgekomen. Geen van beiden is na de oorlog teruggekeerd. Dat schuldgevoel heb ik sindsdien altijd gehad hoewel iedereen zegt tegen me dat zoiets onzin is." (uit: Peter Lurvink: De joodse gemeente in Aalten)
Na het verraad vond op het station in Aalten inderdaad een inval plaats door een lid van de 'Kolonne Henneicke' (een groep verraders die Joden oppakte en daarvoor werd betaald, kopgeld heette dat), samen met een agent van de rijkspolitie van Aalten. Ze vonden de twee vrouwen, verstopt onder een bed. Beide vrouwen werden overgebracht naar Westerbork en kwamen daar op 24 juli 1943 terecht in de strafbarakken. De laatste trein naar Sobibor was op 20 juli vertrokken en meer dan een maand zou er geen volgend transport zijn.
Bij de hervatting van de transporten op 24 augustus 1943 stonden de namen van Elly en Mathilde op de transportlijst. Als strafgevallen vertrokken zij die dag naar Auschwitz. Mathilde Leezer werd daar direct na aankomst op 27 augustus 1943 vermoord. Het is niet met zekerheid te zeggen, maar Elly werd of ook bij aankomst op 27 augustus vermoord, of, zoals uit verklaringen achteraf blijkt, ze werd met 44 andere vrouwen uit het transport door professor Clauberg geselecteerd om in Block 10 medische experimenten te ondergaan. Op 18 september 1943 was ze blijkens die verklaringen nog in leven. In dat laatste geval is Elly in de periode na 18 september en uiterlijk op 29 februari 1944 in Auschwitz omgekomen. Zij werd slechts 35 jaar.
Elly’s ouders werden in maart 1943 opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Met het transport van 17 maart 1943 gingen zij naar Sobibor waar ze bij aankomst op 20 maart 1943 meteen werden vergast. Simon Vleesblok werd 67 jaar, zijn vrouw Rosalia Vleesblok – Philips 73 jaar.
De broer van Elly, Lex, overleefde met zijn vrouw Aaltje de Vries de oorlog, eerst door een sperre, later door onder te duiken. Na de oorlog woonden zij in Zwolle, waar hij chazzan was in de synagoge en een belangrijke rol speelde in de Joodse gemeente aldaar. Lex Vleesblok overleed in Zwolle in 1970.
Lex en Aaltje op hun huwelijksdag in 1938 Links haar ouders. Elly zal hier zeker bij zijn geweest.
(https://www.joodszwolle.nl/vleesblok-de-vries/)
Elly’s naam staat op het gedenkteken in Veendam en op dat in Aalten.
Gedenkplaat op de Joodse begraafplaats in Aalten.
(https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/3208/aalten-monument-op-de-joodse-begraafplaats)