Schoontje Dalsheim-Israels

Vanuit Stadskanaal en de omliggende dorpen Mussel, Musselkanaal en Onstwedde werden tijdens de oorlog 136 Joden weggevoerd en vermoord. Zij worden herdacht met een monument aan de Navolaan in Stadskanaal waarop alle namen te lezen zijn en sinds 2013 ook met struikelstenen op de plaats waar zij woonden. In het schooljaar 2021-2022 verdiepten leerlingen van de Scholengemeenschap Ubbo Emmius zich in de verhalen bij deze namen.

Schoontje Dalsheim-Israels

Voornaam
Schoontje
Achternaam
Dalsheim-Israels
Geboortedatum
03 juli 1900
Geboorteplaats
Leek
Sterfdatum
12 oktober 1942
Sterfplaats
Auschwitz

Schoontje Israels werd geboren in Leek op 3 juli 1900. Ze was de dochter van Simon Israëls en Lea Benninga‏. Ze had een broer en een zus. Schoontje trouwde op 24 mei 1923 met Mozes Dalsheim. Mozes was geboren in Nieuwe Pekela. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Bennie vernoemd naar de vader van Mozes, Simon Freerk vernoemd naar de vader van Schoontje en Frieda Dalsheim. Frieda de enige dochter was gehandicapt. Het gezin woonde op het adres Kavelingen J1 in Valthermond.


Het gezin Dalsheim. (uit: De Joodse gemeenschap in de Kanaalstreek - V/d. Berg en Boon)

Mozes was net zoals zijn vader veehandelaar van beroep. In een krantenartikel is een veroordeling te vinden tegen Mozes vanwege het slachten van een geit. Schoontje was thuis voor het huishouden en de zorg voor haar gehandicapte dochter.

Tijdens de oorlog werden steeds meer maatregelen ingevoerd die ook Schoontje en haar gezin troffen. Het werken als veehandelaar werd haar man onmogelijk gemaakt. Om aan deportatie te ontkomen is Mozes samen met zijn zonen Bennie en Simon ondergedoken in de bossen bij Sellingen. Schoontje bleef met Frieda thuis omdat een leven in de bossen voor hen niet mogelijk was. Overdag werkten Mozes en zijn zonen bij een vertrouwde boer in de buurt en ‘s nachts molken zij kleine hoeveelheden melk en gingen ze op strooptocht om zo te kunnen overleven. Verschillende mensen in de omgeving hielpen de Dalsheims in het geheim. Toen Mozes op een dag thuis ging kijken merkte hij dat zijn vrouw opgepakt was door de politie. Frieda was op verzoek van haar moeder door de agenten achtergelaten en ze hebben haar gezegd dat ze moest vluchten.

...in de hoop dat die mij lief zijn geworden, ik nog eens mag aantreffen.

Schoontje Dalsheim-Israel is net zoals vele andere Joden naar Kamp Westerbork gestuurd en daar is Schoontje tussen 3 en 5 oktober 1942 aangekomen. Op 9 oktober 1942 is zij alweer gedeporteerd vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz in Polen. Ze heeft nog een briefje uit de trein gegooid. Een fragment daaruit:

Het is vrijdagmiddag 2 uur en we zitten in de trein. We mogen jullie dan nog een laatste gebed uit Holland zenden in de hoop dat die mij lief zijn geworden, ik nog eens mag aantreffen. Ik ben blij dat ik alleen ben.

Op 12 oktober 1942 kwam Schoontje in het kamp Auschwitz aan en daar is zij direct vermoord. Ze was 42 jaar. Haar man en kinderen overleefden in onderduik. Mozes Dalsheim overleed in 1976.

Voor het huis waar ze woonden (Kavelingen J1, nu nummer 60) in Valthermond ligt een stolperstein voor Schoontje; zo wordt ze nooit vergeten.

Veel informatie en ook het brieffragment is overgenomen uit het boek  Mobilisatie, collaboratie en liberatie van H. Onderwater. 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.