Louis Cohen

Toch nog onverwacht stopt de trein in het plaatsje Cosel, zo’n 80 kilometer ten westen van Auschwitz. Zeker onverwacht komen SS’ers de wagons binnen en beginnen bruut de mannen eruit te werken, eruit te slaan met geweerkolven en gummiknuppels. Onder hen de 34-jarige Louis Cohen, Jood en dus op weg naar vernietigingskamp Auschwitz. Louis ziet zijn gezin, vrouw en twee dochters met de trein vertrekken. Misschien beseft hij dat hij ze nooit terug zal zien. Misschien had Louis gedacht dat alles toch nog goed zou komen, zolang ze maar als gezin bij elkaar konden blijven. Als dat al niet eerder het geval was, zal die hoop op dat moment zeker vervlogen zijn.

Louis Cohen

Voornaam
Louis
Achternaam
Cohen
Geboortedatum
23 december 1907
Geboorteplaats
Leeuwarden
Sterfdatum
31 december 1942
Sterfplaats
Gleiwitz

Louis Cohen wordt geboren op 23 december 1907 te Leeuwarden als broer van de op 29 december 1903 geboren Benjamin. Zijn vader, Nathan Cohen, is in 1907 handelsreiziger en winkelier in garen en band. In eerste instantie gaat Louis bij zijn vader werken, maar later besluit hij voor zichzelf te beginnen met hetzelfde beroep. Louis trouwt op 11 december 1933 met Rika de Jongh die uit Bolsward komt. Er worden twee dochters geboren: op 9 december 1934 Ester en op 4 juni 1938 Marianne. Eerst woont het gezin aan de Leeuwerikstraat 27 in Leeuwarden. Later verhuizen ze (waarschijnlijk) naar de Spanjaardslaan 133, ook in Leeuwarden.

Op of rond 4 oktober 1942 vertrekt het gezin richting Westerbork. Op dat moment is er nog geen aftakking naar het kamp en vanaf station Hooghalen moeten ze anderhalf uur lopen. Het gezin is maar kort in Westerbork want op 30 oktober 1942 wordt Louis samen met zijn vrouw en twee dochters op transport gezet richting Auschwitz. Het gezin is in het gezelschap van 659 lotgenoten. De reis zal niet zoals pas later met goederen of veewagons gebeuren, maar met gewone personenwagons. De meeste mensen kunnen gewoon zitten en de wagons zijn meestal niet overvol. Niet dat dat een compensatie is voor het lot wat de reizigers te wachten staat bij aankomst in Auschwitz. De trein stopt bij het plaatsje Cosel (Poolse naam Koźle), 80 kilometer ten westen van Auschwitz en naast een perron wat niet zichtbaar is vanaf de normale perrons. Men wilde niet dat gewone reizigers konden zien wat daar gebeurde. Dat zou slechts onrust veroorzaken en de nazi’s wilden zo veel mogelijk voorkomen dat er praatjes zouden komen. SS’ers stormen de wagon binnen onder het uitroepen van “alle Männer raus!!!”. Die kreten gingen vergezeld van grof geweld, zoals het slaan met geweerkolven en gummiknuppels. Volgens de verhalen ging over het algemeen om mannen tussen de 15 en 50 jaar, mannen die ingezet konden worden voor arbeid.

Cosel

In totaal zijn er van 28 augustus tot 12 december 1942 18 treinen die vanuit kamp Westerbork waren vertrokken in Cosel gestopt. Uit deze treinen werden naar schatting 3500 mannen en jongens gehaald om ingezet te worden als arbeidskracht. Minder dan 200 van hen overleefden. Ook transporten vanuit België en Frankrijk naar Auschwitz stopten in Cosel. Alles bij elkaar gaat het om naar schatting 9.000 mannen die er uit de treinen werden gehaald. Ze werden verspreid over verschillende werkkampen in de omgeving en werkten vandaaruit in fabrieken of aan bouwprojecten. Van de totale groep overleefden tussen de 700 en 900 de oorlog.

Voordat Louis afscheid heeft kunnen nemen van zijn gezin, staat hij al buiten op het perron, samen met 200 andere mannen. De SS’ers leven zich verder uit. Ze moeten op hun knieën gaan zitten en de handen hoog in de lucht houden. Wie dat niet lukt, krijgt opnieuw klappen. Zo moeten ze blijven zitten, in ieder geval tot de trein weer verder gaat richting vernietigingskamp Auschwitz. Louis en de andere mannen zullen hun gezinnen niet meer terugzien. Rika, Esther en Marianne werden direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Te voet wordt de reis naar Sint Annaberg (Poolse naam Góra Świętej Anny) ondernomen, een tocht van 20 kilometer. In zijn dagboek schrijft Ernst Ruschkewitz, één van de mannen die al eerder in Sint Annaberg is aangekomen, dat hij op 10 november 1942, samen met 172 mannen naar Gleiwitz (Poolse naam Gliwic) wordt gebracht. Louis was daar zo goed als zeker bij, gezien wat Ernst in zijn dagboek schrijft:

* Dinsdag 10 november 1942. Met mij gaan 172 mannen naar Gleiwitz. Men zegt, dat we daar in fabrieken gaan werken. ´s Avonds moest ik afscheid nemen van Heertje. Dat viel me zwaar. We komen allemaal in één grote zaal; prompt zak ik door mijn bed. Weinig slaap gehad: om 3 uur gewekt. Appèl, indeling, de ploegleiders hoeven hun eigen bagage niet te dragen, wat een geluk. Een mars van anderhalf uur naar Bergstadt, dan rijden naar Gleiwitz. Een mars door deze stad, richting Steigern. We komen Poolse Joden tegen: onze voorgangers. Veel industrie, mijnbouw, enzovoorts. In het nieuwe kamp maken we kennis met onze Joodse kameroudste. We hebben met zes man een kamer met echte bedden. Gieser is monteur, Mierkowsky kok en Katz schoenmaker. De meisjes vermaken zich snel met hun ‘schatten’ en bieden ons boterhammen met radijs aan. Heerlijk. ‘s Middags verblijf inrichten en besprekingen. Het eten hier is goed: koolsoep met kummel.

* Woensdag 30 december 1942. Vijf centimeter sneeuw, niet zo koud als gisteren. Rustige dag. Alleen maak ik mij ernstige zorgen over Louis Cohen; hij verzwakt steeds meer en is niet langer in staat welk werk ook te verrichten. Negen mensen hebben water in de voeten.

* Donderdag 31 december 1942. De verschrikkelijkste dag tot nu toe. Cohen viel en bleef ondanks al ons praten in de sneeuw liggen. Om twaalf uur is hij naar het kamp gebracht, maar tijdens het vervoer erheen is hij gestorven. De dokter probeert anderhalf uur lang de levensgeesten weer op te wekken, maar tevergeefs.

*Vrijdag 1 januari 1943. (...)Het sneeuwt en sneeuwt. Steeds zie ik Cohen voor me, die nu in de kolenkelder ligt. Maar ik ben daar niet meer heen gegaan. 35 is hij geworden en hij laat drie kinderen na. Hij was een last voor de ploeg en ook voor mij, maar dit einde had niemand hem gegund.

* Sjabbes 2 januari 1943. In de keet heb ik de mensen toegesproken en met één minuut stilte Cohen herdacht, die vandaag begraven wordt. Ik heb verhoging, hopelijk ben ik morgen weer fit. Steinweg is met een auto meegereden naar Hindenburg. Op de terugweg zag hij een twintigtal joodse vrouwen naar huis terugkeren; ik kan me haast niet voorstellen, dat jij met Jan zo dicht bij me zou kunnen zijn!

* Driekoningen, woensdag 6 januari 1943. Gisteren ben ik van een besneeuwde helling gevallen, mijn linkervoet verstuikt. Afschuwelijke pijn en ’s avonds rillen van de koorts. Vandaag kon ik amper in mijn schoenen komen. Eén zool is ook stuk. Ook kan ik nu geen klompen aan; de sneeuw plakt aan de zolen. Een rotdag. Over Cohen spreekt niemand meer…

Louis Cohen kwam dus, als gevolg van de ontberingen, om in Gleiwitz op de laatste dag van 1942. Als doodsoorzaak werd genoteerd: acuut hartfalen. Louis Cohen is begraven op de Nieuwe Joodse Begraafplaats in Gleiwitz in grafnummer 729.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.