Josef Andriesse

Josef Andriesse is geboren op 20 april 1911 in Emmerich, Duitsland. Zijn ouders waren slager Philipp Andriesse (Eindhoven, 15 februari 1882) en slagersdochter Berta Franken (Emmerich, 6 september 1872) . Kort na de geboorte van hun enige zoon Josef verhuisden ze naar Eindhoven, waar Philipp ook een slagerij had. Later werkte ook Josef in deze zaak.

Josef Andriesse

Voornaam
Josef
Achternaam
Andriesse
Geboortedatum
19 april 1911
Geboorteplaats
Emmerich (Dtsl)
Sterfdatum
28 februari 1943
Sterfplaats
Auschwitz

Josef ging op 15 mei 1942 in ondertrouw met Rachel Zilverberg uit Amsterdam. Kort daarop, op 16 juli 1942, trouwden ze.

 Rachel Zilverberg is geboren op 17 april 1917. Ze was het derde kind van Heiman Zilverberg (Nieuw-Amsterdam 1885- Opsterland 1929) en Hinderika Zilverberg-Mozes (Groningen 1890- Sobibor 1943).
Het oudste kind Geertje is geboren in 1913 in Garijp. De enige zoon, Jacob, is op 27 december 1915 geboren in Emmen. Het gezin verhuisde na zijn geboorte terug naar Garijp. Nog drie dochters kwamen er: Rachel op 17 april 1917, Anna op 5 maart 1921 en de jongste Saartje op 19 november 1926.
In 1927 verhuisde het gezin naar Drachten, waar ze gingen wonen op Beter Wonen 19. Heiman overleed op 22 november 1929 op 44-jarige leeftijd, na een periode van ziekte. Rachel was toen 12 jaar.
Op haar 17e vertok Rachel naar Amsterdam om daar te gaan werken als hulp in de huishouding.

Rachel en Josef gingen inwonen bij Josefs ouders aan de Kruisstraat 27a in Eindhoven. Zowel Josef als zijn vader Philipp was slager.

Tussen 3 en 5 oktober 1942, nog geen drie maanden na hun huwelijk, kwamen Rachel en Josef Andriesse-Zilverberg aan in kamp Westerbork. Hun transport vertrok kort daarna op 12 oktober naar Auschwitz. Rachel Andriesse-Zilverberg werd vermoord op 15 oktober 1942, 25 jaar oud. Josef Andriesse overleed op 28 februari 1943, 31 jaar oud.

Voor Rachel en Josef Andriesse-Zilverberg zijn aan de Kruisstraat 27 in Eindhoven struikelstenen geplaatst.

Tussen 3 en 5 oktober 1942, nog geen drie maanden na hun huwelijk, kwamen Rachel en Josef Andriesse-Zilverberg aan in kamp Westerbork.

De ouders van Josef, Philipp en Berta Andriesse-Franken, kwamen op 9 april 1943 aan in kamp Westerbork. Hun transport ging op 13 april naar Sobibor, waar ze beiden op 16 april 1943 werden vermoord. Philipp was 61, Berta was 71 jaar oud.

Rachels moeder, Hinderika Zilverberg-Polak werd op 16 april 1943 vanuit het ziekenhuis in Heerenveen overgebracht naar kamp Westerbork. Daar verbleef ze kort in één van de ziekenbarakken voordat ze met het transport van 27 april 1943 naar Sobibor gedeporteerd werd. Daar is ze direct na aankomst, op 30 april 1943 vermoord. Ze was toen 53 jaar.

De twee jongere zussen van Rachel, Anna en Saartje waren al op 12 november 1942 naar kamp Westerbork gebracht. Buren hebben nog gezien dat de twee meisjes met hun koffers stonden te wachten aan de straatkant tot ze opgehaald werden. Anna was toen 21 jaar. Saartje vierde een week na aankomst, op 19 november 1942, haar zestiende verjaardag in kamp Westerbork. De zussen hebben waarschijnlijk die avond gehoord dat ze de volgende dag op transport moesten. Op 20 november zijn Anna en Saartje naar Auschwitz gedeporteerd. Beiden zijn direct na aankomst, op 23 november 1942 vermoord.

Rachels oudste zus Geertje en haar man Albert overleefden de oorlog door onder te duiken in Friesland. Eerst in Donkerbroek en later in Haule. Na de oorlog zijn Geertje en Albert naar Canada geëmigreerd en Geertje is daar in 2007 overleden.
Rachels broer Jacob woonde in Amsterdam, samen met zijn vrouw Martha Zilverberg-Polak. Zij kregen op 24 april 1941 een dochtertje, Hennie. Het kind zou de oorlog in onderduik overleven, dankzij de tussenkomst van Rachels moeder uit Drachten, Hinderika Zilverberg-Mozes. Zij zorgde voor een onderduikplek voor haar kleinkind, eerst Drachten en later in Kollumerzwaag.

De ouders van het kind, Rachels broer en schoonzus Jacob en Martha, kwamen terecht in kamp Westerbork. Jacob kwam ook aan tussen 3 en 5 oktober en Martha op 21 november 1942. Van daaruit werden ze in 1942 met verschillende transporten naar Auschwitz gedeporteerd, Jacob is in Cosel uit de trein gehaald en wist als één van de weinigen verschillende kampen te overleven. Martha moest op 30 november 1942 op transport naar Auschwitz. Ze werd direct na aankomst, op 3 december 1942 vermoord. Martha Zilverberg-Polak was 30 jaar.

Na de oorlog werd Jacob herenigd met zijn dochter Hennie. Dit verliep niet probleemloos, het meisje was inmiddels vier jaar en gehecht aan haar Friese onderduikouders. Over Hennie Zilverberg is een onderduikportret geschreven.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.