Joop Westerweel

Johan Gerard Westerweel werd in 1899 in Zutphen geboren in een zeer vroom gezin, dat bij een kleine protestantse groepering was aangesloten. Hij leerde al jong dat er geen verschil mocht zijn tussen theorie en praktijk, een opvatting die zijn compromisloze houding als volwassene duidelijk uitstraalde. Hij kreeg van huis uit een brede algemene ontwikkeling mee. Op zondagen zat hij echter thuis en werd het hem verboden aan sport te doen of uit te gaan. Tegen die dwang ontwikkelde hij een grote opstandigheid, die zich later uitte in een felle houding tegen iedere vorm van dwang en ontzegging van rechten of vrijheid. Joop werd socialist en voelde zich vooral aangetrokken tot de meer moreel-geestelijke stromingen in het socialisme. Hij werkte enige tijd als onderwijzer in Nederlands-Indië.

Joop Westerweel

Voornaam
Joop
Achternaam
Westerweel
Geboortedatum
24 januari 1899
Geboorteplaats
Zutphen
Sterfdatum
11 augustus 1944
Sterfplaats
Vught

Toen hij daar zijn oproep voor militaire dienst ontving, weigerde hij en werd zo de eerste principiële dienstweigeraar in de koloniën. Ook daar bleef hij in woord en daad overtuigd pacifist en weigerde belasting te betalen, omdat een deel van dat geld naar het leger ging. Al zijn eigendommen werden in beslag genomen. Samen met zijn vrouw Willie kwam Joop in 1932 bij de Werkplaats aan, waar ze acht jaar zouden blijven. Hij werd hoofd van de Werkplaats Kindergemeenschap, in die tijd de meest vooruitstrevende onderwijsinstelling. In 1940 verliet Joop Westerweel de Werkplaats om hoofd te worden van een Rotterdamse Montessorischool.

Joop en Willie Westerweel zetten zich in Rotterdam vanaf de eerste oorlogsdagen in voor joodse medeburgers. Een persoonsbewijs nam Joop pas in ontvangst, toen dat voor het verzetswerk nuttig werd. In juli 1942 begonnen de deportaties van joden in Nederland naar Polen. De jeugdleiders van het Paviljoen Loosdrechtsche Rade, waar een groep Duits-sprekende joodse jongeren verbleef die zonder ouders of andere familie na 1938 naar Nederland gevlucht waren (Zij stonden bekend als alijah-jeugd of Palestina-pioniers.
Ze behoorden bij de zionistische beweging die ernaar streefde een Joods Nationaal Tehuis in Palestina op te bouwen) probeerden met de hele groep onder te duiken.

Daarmee was het eerste collectief georganiseerde verzet tegen de deportatie een feit geworden. Begin augustus bleek dat het te langzaam ging en dat er nooit genoeg plaatsen zouden worden gevonden. Er werd contact opgenomen met Joop Westerweel. Toen Joop het plan had aangehoord zei hij: “Op dit werk heb ik nu al lang gewacht.
Ik voel dat ik op dit ogenblik mijn schoolkinderen niets te zeggen heb. In deze tijd kan ik ze zelfs de eenvoudigste zaken niet bijbrengen, zolang ik geen daden stel tegenover alle gemeenheid, die buiten bedreven wordt.”

In deze tijd kan ik ze zelfs de eenvoudigste zaken niet bijbrengen, zolang ik geen daden stel tegenover alle gemeenheid, die buiten bedreven wordt.”

Joop nam onmiddellijk de leiding op zich en daarmee was de verzetsgroep feitelijk gevormd. Door Joops aanwezigheid leek het hele plan opeens uitvoerbaar. Hij had overal contacten en vroeg de mensen op een zodanige manier om onderdak, dat ze het een eer vonden eraan mee te mogen helpen. Op de avond van 15 augustus werden alle jongeren in het tehuis bij elkaar geroepen. Het plan werd uitgelegd. Allen werden voorzien van valse persoonsbewijzen en daarna werden ze zonder gele ster, meestal met de trein, overal in het land ondergebracht. Ook Joop was voorzien van een vals persoonsbewijs en reisde als niet-jood met de jongeren mee om ze weg te brengen.

Veelal naar adressen waarvan de eigenaars slechts hadden toegezegd hen enkele dagen of korte tijd te willen helpen. Op het verbergen van joden stond immers een zware straf en verder moesten ze maar afwachten wie ze in huis kregen. Het Duitse accent van de kinderen maakte het er ook niet makkelijker op. Toen de Duitsers enkele dagen later bij het Paviljoen aankwamen, vonden ze het leeg en verlaten. Joop en Willy Westerweel en andere illegale werkers hadden jonge gezinnen, die onder een enorme spanning kwamen te staan. Daarnaast was Joop nog altijd hoofd van de Montessorischool in Rotterdam. Slapen deed hij nauwelijks.

Als hij van school thuiskwam, vond hij daar boodschappen van Palestina-pioniers met problemen en vertrok dan ook meestal onmiddellijk weer met de trein her en der door Nederland, slapend op perrons en in treinen. Een lid van de groep wilde voorstellen dat Joop zijn werk op school er aan zou geven en voor de buitenwereld een andere baan zou krijgen, terwijl hij zich intussen volledig aan het illegale werk zou wijden. Maar nog voordat hij daarover kon beginnen hield Joop een enthousiast verhaal over de kinderen waaraan hij lesgaf en voegde daar aan toe: “Het werk op school gaat zo prachtig nu, ik kan nu weer iets met de kinderen beginnen. Voordat ik met ‘het werk’ begon, was ik op een dood spoor.”

Vanaf het begin was er sprake van geweest dat het niet alleen bij onderduiken zou blijven. De leden van de groep bespraken al in de zomer van 1942 plannen om de Palestina-pioniers over de grenzen te laten vluchten. Er waren te weinig onderduikadressen. In augustus en september 1942 legde Joop al contacten met smokkelaars om hun routes over de Nederlands-Belgische en Belgisch-Franse grens te leren kennen. Joop leerde de grensovergang Budel-Harmont kennen die hij nog vele malen illegaal zou oversteken met Palestina-pioniers. Ook in België bouwde hij de eerste contacten op om mensen naar Frankrijk te kunnen laten vluchten.

Kleine groepjes Palestina-pioniers werden de grens over gesmokkeld, op weg naar Zwitserland of Spanje. Ook was de Westerweel-groep betrokken bij de ontsnapping van gevangenen uit kamp Westerbork. Een grote klap was de arrestatie en zelfmoord van vriend en mede-verzetsstrijder Shushu Simon in januari 1943. In het najaar van 1943 werd Joops vrouw Willi door verraad opgepakt. Tien dagen later werd ook Joop opgepakt, maar hij wist te ontsnappen. Daarna reisde hij nog een keer naar Zuid-Frankrijk om Palestina-pioniers weg te brengen. Op 11 maart 1944 werd hij opgepakt op de grens bij Budel, terwijl hij bezig was twee meisjes over de grens te smokkelen.

Joop kwam eerst in de gevangenis in Eindhoven en later in kamp Vught terecht. Hij droeg op het moment van zijn arrestatie het persoonsbewijs bij zich van een smokkelaar tegen wie een heel dossier was samengesteld, waarin hij er onder andere van werd beschuldigd een Duitse politieagent te hebben gedood. Joop Westerweel begon direct aan zijn eigen ontsnapping te werken. Toen een briefje met het ontsnappingsplan door een arts uit het gevangenkamp werd gesmokkeld, ontdekten de Duitsers het. Joop Westerweel werd op 11 augustus 1944 gefusilleerd. In totaal zijn bij de actie van de Westerweelgroep ruim 200 onderduikers betrokken geweest. Van hen zijn er zo’n 150 de grens over gesmokkeld.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.