Johanna Hermine (Annie) Biegel

Johanna Hermine (Annie) Biegel was in haar leven een docente die haar leerlingen door waarnemingen en proefnemingen voor het vak biologie wilde interesseren. Ze interesseerde zich sterk voor de didactiek en ging uit van het Daltonstelsel, in welke vereniging ze ook bestuurslid was. Zij en haar zuster kwamen in 1943 in kamp Westerbork om het leven door zelfdoding, nadat ze te horen hadden gekregen dat ze op de lijst stonden voor het transport naar Sobibor.

Foto links: Barlaeus Gymnasium 1937

Johanna Hermine (Annie) Biegel

Voornaam
Johanna Hermine (Annie)
Achternaam
Biegel
Geboortedatum
30 maart 1889
Geboorteplaats
Groningen
Sterfdatum
01 juni 1943
Sterfplaats
Westerbork

Johanna Hermine Biegel was het derde kind van Joseph Biegel (1850- 1902) en Henderina Jacoba Biegel-Schaap (1852- 1917). Haar roepnaam was Annie. Ze werd geboren op 30 maart 1889 in Groningen. De oudste twee kinderen waren Machiel Joseph (1883- 1905) en Rebekka Aleida (Betty) (1886-1943). De jongste zoon was Hendrik Jacobus (1894-1957).

Zowel Annie als haar oudere zus Betty kregen in het liberale en vooruitstrevende gezin waarin ze opgroeiden, alle kans om zich te ontwikkelen. De meisjes zullen een voorbeeld hebben gehad aan hun moeder Henderina die in Groningen in feministische kringen verkeerde, de kring waar ook Aletta Jacobs, de eerste Nederlandse vrouw die afstudeerde aan een universiteit, deel van uitmaakte.

H.J. Biegel-Schaap, collectie Groninger Museum. Geschilderd door Isaac Israels, de zoon van Henderina’s zuster.

De ouders van Annie hadden kort na hun huwelijk afstand gedaan van het Joodse geloof en Joseph Biegel was lid geworden van de Vrijmetselarij.
Het was een welgesteld gezin waarin de kinderen opgroeiden. Vader Joseph was bankier, commissionair in effecten en lid van de gemeenteraad in Groningen en het gezin behoorde tot de rijkste inwoners van Groningen. Ze woonde in het historische pand aan de Ossenmarkt 5 in Groningen.

Ossenmarkt 5, Groningen

1928. Over Ossenmarkt 5

In 1902 overleed vader Joseph Biegel.

Moeder Henderina Biegel zette in januari 1905 haar huis aan de Ossenmarkt te koop en verhuisde naar Zwitserland. Oudste zoon en broer Machiel overleed in Davos op 15 november 1905.

Annie ging in Groningen naar de HBS voor meisjes. In het boek 'In Memoriam 1940-1945'  van de Universiteit Leiden staat dat ze vanaf 1906 ingeschreven was bij deze universiteit. Annie ging biologie studeren. Haar zuster Betty was haar voorgegaan, zij kwam in 1905 aan in Leiden om Sterrenkunde te studeren. Annie ging waarschijnlijk bij Betty wonen aan de Boisotkade 9 te Leiden.

Daarna vertrok Annie naar Zürich waar zij toelatingsexamen voor de Universiteit deed en Biologie als studievak koos. Zij legde er haar kandidaats- en doctoraalexamen af en promoveerde op een zoölogisch onderwerp in de filosofische faculteit: 'Beiträge zur Morphologie und Entwicklungsgeschichte des Herzens bei Lithobius fortificatus' (1922). (Vertaald: Bijdragen aan de morfologie en ontwikkelingsgeschiedenis van het hart in Lithobius fortificatus. De Lithobius fortificatus is een ondersoort in de duizendpootfamilie)

Lithobius fortificatus: gewone steenloper

Ook haar zus Betty verbleef in die periode in Zurich, waar ook zij aan de universiteit een promotieonderzoek deed. Betty promoveerde op een onderwerp uit de astronomie.  Annie, Betty en hun moeder woonden samen aan de Löwenstrasse 1 in Zurich. Daar overleed Henderina Jacoba Biegel-Schaap in 1917 op 65-jarige leeftijd.

Annie Biegel was een bevlogen lerares met brede belangstelling voor didactiek. Ze nam de kinderen uit haar klassen geregeld mee naar Artis, of naar een park om daar de aanwezige flora te determineren.

Na haar promotie in Zwitserland keerde Annie in 1922 terug naar Nederland. Ze ging studeren aan de Universiteit in Amsterdam en haalde in juni 1923 haar doctoraal examen in de Wis- en Natuurkunde.

Annie ging wonen in een nieuwe vijfkamerflat aan de Daniel de Langestraat 12 III in Amsterdam. Ze werkte in 1923 als assistent bij Professor J.E.W. Ihle op het Zoölogisch Laboratorium in Amsterdam, haar salaris was 2000 gulden per jaar. In het schooljaar 1925/1926 werd ze lerares in Natuurlijke Historie, eerst aan het Barlaeus Gymnasium, later combineerde ze het met het Vossius Gymnasium. Ook gaf zij les aan de School voor Maatschappelijk Werk.

1928

Haar zus Betty was een jaar na Annie, in 1923, ook naar Nederland teruggekeerd. Ze ging bij Annie inwonen. Betty onderbrak haar carrière in de sterrenkunde en ging in 1927, op 41-jarige leeftijd in Utrecht psychologie studeren. In 1929 rondde ze deze studie af. Betty werd aangesteld als psychotechnicus bij de PTT in Den Haag, waar ze een laboratorium opzette waar psychologische testen werden ontwikkeld om medewerkers te keuren en te selecteren, met name voor chauffeursdiensten.

De zussen waren onafscheidelijk, ze werden dan ook ‘de meisjes Biegel’ of ‘de Biegeltjes’ genoemd. De hadden het in die eerste periode terug in Nederland niet breed, het familiekapitaal was verloren gegaan in de Eerste Wereldoorlog. Geregeld moesten ze geld lenen bij hun benedenburen.
Annie en Betty brachten de weekenden samen door en gingen samen op vakantie. Ze werden gezien als enigszins excentriek, zo rookten ze ‘Deense damessigaren’. Ook cultiveerden ze hun Gronings accent. Vooral Betty moet een opvallende verschijning zijn geweest, ze droeg vaak donkere, veelal tot de voet reikende kleding die ze zelf ontwierp en die haar groter deden lijken dan ze in werkelijkheid was. Ze was gesteld op mooie sieraden en droeg vaak lange kettingen. Gecombineerd met haar karakteristieke gezicht dwong ze alleen al door haar uiterlijk ontzag af. Annie daarentegen was erg knap. Ze had donker haar en blauwe ogen.
(uit: 'Rebekka Aleida Biegel, een vrouw in de psychologie'. A.C. Rümke)

Annie Biegel was een bevlogen lerares met brede belangstelling voor didactiek. Ze nam de kinderen uit haar klassen geregeld mee naar Artis, of naar een park om daar de aanwezige flora te determineren.
Schrijver Gerard Reve was leerling van Annie Biegel op het Vossius-gymnasium. In zijn boek Nader tot U schrijft hij zeer hatelijk en cynisch over zijn oude lerares. Hij beschrijft haar ‘snerpende, telkens overslaande stem, waarmede ze, ongeveer elke twee maanden, een ‘helemaal nieuw’ systeem van onderricht aankondigde…’
( https://fokas.nl/2008/03/04/250-ex-bibliotheca-hanny-michaelis/ )

Als lerares zette Annie zich in voor de invoering van het Daltonstelsel in het onderwijs. Ze werd in 1931 ook bestuurslid van de Nederlandse Dalton Vereeniging en ze publiceerde hier ook over.


1931

Barlaeus Gymnasium 1937. Johanna is op de tweede rij de vierde persoon, met pet

Teruggevonden is dat Annie Biegel in 1934 aan de Volksuniversiteit een lezing gaf over ‘Liefdeleven in het dierenrijk’.

Samen met Dr. F.J.M. Offerijns schreef Annie Biegel twee lesboeken. 'Plantkunde Deel I 'verscheen in 1938 en was bedoeld voor de eerste en tweede klas van H.B.S. en Gymnasium. 'Plantkunde Deel II', verschenen in 1940, was bestemd voor de hoogste klassen.

Vanwege de anti-Joodse maatregelen van de bezetter was het in de oorlog voor Annie niet meer mogelijk om les te geven op het Barlaeus en Vossius Gymnasium. Ze werd biologiedocente aan het Joods Lyceum, waar ze ook de lerares was van Anne Frank. Volgens de notulen van de laatste lerarenvergadering, gehouden op 7 april 1943, was ze toen nog werkzaam op de school.

In tegenstelling tot Annie had haar zus Betty een Sperre. Dat was vanwege haar leidinggevende functie bij het psychotechnisch laboratorium van de Joodse Centrale voor Beroepsopleiding. Deze tak van de Joodse Raad hield zich bezig met het testen van Joodse jongens op arbeidsgeschiktheid.

Bij de zusters Biegel is nooit (serieus) sprake geweest van onderduiken. Niet duidelijk is of ze dat niet nodig vonden of dat Betty zich er te oud en niet sterk genoeg voor voelde.
Op 21 mei 1943 werd aan de Joodse Raad bevolen om 7000 personen van het Joodse Raadpersoneel voor te bereiden op deportatie naar kamp Westerbork. Het is niet bekend of Annie en Betty zich zelf hebben gemeld of dat ze het op een razzia hebben laten aankomen.
Op 26 mei 1943 kwamen de zussen aan in kamp Westerbork. Ze werden geplaatst in barak 55. Op de kaart van de Joodse Raad van Betty staat: ‘zwakke gezondheid, twee operaties’. Ook de vermelding: ‘Nederlands Hervormd’.

Het bleek dat zij op de lijst stonden voor het transport van dinsdag 1 juni naar Sobibor. Volgens de eerdergenoemde biografie van Coen Rümke hadden de zussen zich voorbereid op het ergste, ze hadden beiden een capsule cyaankali in hun bezit. Met het uitzicht op deportatie naar het Oosten zagen Annie en Betty geen andere uitweg dan over te gaan tot zelfdoding. Beiden stierven op 1 juni 1943.
Annie werd op 4 juni 1943 gecremeerd in Westerbork, Betty drie dagen later, op 7 juni 1943. Hun urnen zijn bijgezet op de Joodse begraafplaats in Diemen.

Johanna Hermine Biegel werd 54 jaar. Haar zuster Rebekka Aleida Biegel werd 56 jaar.

Over Betty Biegel verscheen in 2006 een biografie, geschreven door A.C. Rümke: ‘Rebekka Aleida Biegel, een vrouw in de psychologie’.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.