Jeanette speelde gewoon op straat en ging zelfs, alhoewel dat voor Joden verboden was, met haar beste vriendinnetje naar zwemlessen. Stiekem met de tram naar het zwembad aan de Heiligeweg, waakzaam en bang voor Duitsers, maar toch genietend van de rit.
Foto links: Jeanette Regina Schenk tijdens een hardloopwedstrijd op straat.
(foto uit privécollectie)
Jeanette Regina Schenk
- Voornaam
- Jeanette Regina
- Achternaam
- Schenk
- Geboortedatum
- 11 september 1936
- Geboorteplaats
- Amsterdam
- Sterfdatum
- 06 september 1944
- Sterfplaats
- Auschwitz
Jeanette Regina Schenk werd geboren in Amsterdam op 11 september 1936 als oudste kind van Béla Schenk (Budapest, 29 juli 1897) en Angèle Citroen (Antwerpen, 8 juni 1903). Op 19 oktober 1940 werd haar zusje Jolan geboren.
Bėla was geboren in Budapest; zijn ouders waren Samu Schenk en Regina Wagner. Hij was in 1921 naar Nederland gekomen. Zijn vader had de Tsjechoslowaakse nationaliteit en daarom kon Béla geen nieuw Hongaars paspoort krijgen. Uiteindelijk is hij Nederlander geworden. Op 9 juni 1926 trouwde hij in Amsterdam met Belia of Bela Geleerd (Amsterdam, 19 januari 1901). Zijn ouders waren toen al overleden, haar ouders waren aanwezig: Simon Geleerd, een diamantslijper, en Regina Wolff. Haar twee broers waren getuigen. Het jonge echtpaar woonde in de Binnen Bantammerstraat. In 1931 verhuisden ze naar de Argonautenstraat 2. Op 7 oktober van dat jaar overleed Belia Geleerd.
Béla werkte als graveur bij een drukkerij, HWJ Jacobs aan het Rusland.
Op 30 juli 1933 verloofde hij zich in Amsterdam met Angèle Citroen.
Béla woonde toen in de Nieuwe Amstellaan, en Angèle woonde bij haar ouders in de Roetersstraat. Daar had haar vader in 1926 een winkel geopend.
Angèle was de oudste dochter van Barend Isaak Citroen (Paramaribo, 8 december 1875) en Hanna Jeanette Rodrigues de Miranda (Amsterdam, 26 oktober 1872). Barend I. Citroen, die klokkenmaker was, maar later ook kruidenier, was in 1900 naar Nederland gekomen vanuit Suriname waar hij was opgegroeid. Zijn huwelijk met Hanna de Miranda, zoals ze wel werd genoemd, hoewel ze zich ook Jeanette de Miranda noemde, vond plaats in Amsterdam op 27 november 1901.
Het echtpaar verhuisde naar Antwerpen waar behalve Angèle ook haar zusje Judith werd geboren, op 2 september 1904. Waarschijnlijk hebben ze ook nog in Londen gewoond, maar in 1905 was het gezin in Amsterdam, en woonde aan de Ruyschstraat op nummer 75 hs en later op 71 I.
Ze woonden ook nog in de 2e Jan Steenstraat, in de St. WIllibrordusstraat, de ‘s-Gravesandestraat en de Roetersstraat. Uiteindelijk woonden ze in de Holendrechtstraat 45 huis. De jongste dochter, Netje, Nettie genoemd, werd in Amsterdam geboren op 11 februari 1908. (*1 voor zusjes van Angèle)
Op 12 april 1934 trouwden Béla en Angèle in Amsterdam.
Handtekeningen onder huwelijksakte Béla en Angèle (noord-hollandsarchief.nl)
De getuigen bij het huwelijk waren Angèles vader en Alex (?) met wie Béla een stempelinrichting had aan de Leliegracht 6. Ze maakten daar rubberen stempels en emaille naamborden. De stempelfabriek heette A & B, wat zeer waarschijnlijk staat voor Alex en Béla.
Later had Béla een eigen bedrijf, aan de Spuistraat 189, zoals we zien uit een oproep omtrent nalatenschap na zijn dood.
Na hun huwelijk gingen Béla en Angèle wonen in de Waverstraat op nummer 66 II, waar ook hun beide dochters werden geboren.
Jeanette kreeg op een gegeven moment nieuwe schoenen, die ze nog niet mocht dragen. Die waren voor ‘als ze weg zouden worden gehaald’.
De oorlog brak uit, de Joden kregen oproepen zich te melden om naar Westerbork te gaan en er vonden razzia’s plaats. Het gezin Schenk bleef dat lange tijd bespaard en dat had te maken met het feit dat Béla Hongaar was. Joden van Hongaarse afkomst waren voorlopig vrijgesteld van deportatie.
Jeanette speelde gewoon op straat en ging zelfs, alhoewel dat voor Joden verboden was, met haar beste vriendinnetje naar zwemlessen. Stiekem met de tram naar het zwembad aan de Heiligeweg, waakzaam en bang voor Duitsers, maar toch genietend van de rit.
Jeanette spelend op straat (foto uit privécollectie)
Jolan, die ook wel Jolijntje of Jolaantje werd genoemd, ging van 20 oktober 1943 tot 12 januari 1944 naar de Amsterdamse dovenschool. Volgens een arts had Jolan motorische afasie, wat betekent dat ze niet goed kon praten, maar niet dat ze doof was.
Jeanette kreeg op een gegeven moment nieuwe schoenen, die ze nog niet mocht dragen. Die waren voor ‘als ze weg zouden worden gehaald’. Dat moment kwam in juli 1944. Op een mooie zomerdag werd de rust in de Waverstraat al vroeg verstoord, toen de Grüne Polizei met een overvalwagen voorreed. De familie Schenk werd uit huis gehaald en in de wagen geladen. Kleine Jolaantje probeerde met een pop onder haar arm nog weg te rennen, maar werd al snel achterhaald. Deze herinnering komt van de buren, die dit drama hebben kunnen zien. Het buurmeisje was een vriendinnetje van Jolan. Zij heeft later de stolpersteine laten leggen voor het huis in de Waverstraat 66.
Op 27 juli 1944 kwam het gezin aan in Westerbork; ze verbleven in barak 70. Alle vier werden met het transport van 3 september 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Op de Joodse Raadkaart van Jolan staat dat zij vanuit ziekenbarak 3 naar de trein werd gebracht. Dit transport was het laatste vanuit Westerbork naar Auschwitz, het transport waarmee ook Anne Frank en haar ouders en zus werden weggevoerd. Bij aankomst op 5 september werd de familie Schenk gesplitst: Béla werd tewerkgesteld. Angèle en de meisjes werden op 6 september 1944 naar de gaskamers gebracht en vermoord. Jeanette Regina Schenk was bijna 8 jaar, Jolan Schenk was 3 jaar, een maand later zou ze 4 zijn geworden. Angèle Schenk - Citroen werd 41 jaar.
Bij hun laatste adres in de Waverstraat zijn struikelstenen gelegd voor Angèle, Jeanette en Jolan Schenk:
https://www.tracesofwar.nl/sights/102878/Stolpersteine-Waverstraat-66.htm
Béla Schenk heeft in het kamp dwangarbeid moeten verrichten totdat de Duitsers wisten dat de Russen in aantocht waren. Ze dwongen de gevangenen om richting Duitsland te lopen. Tijdens deze zogenaamde dodenmarsen kwamen veel van hen om door honger,ziekte en uitputting. Béla overleefde de gruwelijke tocht en is uiteindelijk teruggekomen in Nederland.
Op 14 januari 1946 overleed hij plotseling. Onderstaande advertentie, geplaatst door zijn schoonmoeder, die ook uit de kampen was teruggekeerd, doet vermoeden dat hij verzetsmensen heeft geholpen door stempels te maken, en vertelt bovendien in een paar woorden iets van het onvoorstelbare leed van vlak na de oorlog. Béla Schenk werd 48 jaar.
De ouders van Angèle kwamen op 20 juni 1943 terecht in Westerbork en verbleven in barak 60, maar werden na vier dagen weer uit het kamp gelaten, om welke reden is niet duidelijk. Op 28 oktober 1943 kwamen ze weer terug in Westerbork en zaten toen in barak 67, de strafbarak. Op 25 februari 1944 werden ze naar Theresienstadt gedeporteerd. Barend Isaak Citroen is in Theresienstadt omgekomen, vermoord of bezweken, op 12 maart 1945 op 69-jarige leeftijd. Hanna Jeanette Citroen - Rodrigues de Miranda overleefde kamp Theresienstadt en kwam terug naar Nederland. Zij overleed op 27 januari 1963 op 90-jarige leeftijd.
*1: zusjes van Angèle Citroen
● Judith Citroen (Antwerpen 2/9/1904 - Bozoum Centraal Afrikaanse Republiek 6/3/1930) X Maurits Rodrigues de Miranda (Amsterdam 17/5/1900 - Bozoum Centraal Afrikaanse Republiek 6/3/1930)

Familiebericht. "Centraal blad voor Israëlieten in Nederland". Amsterdam, 16-05-1930, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 30-07-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000578072:mpeg21:p00008
Maurits was de zoon van Salomon Rodrigues de Miranda, een broer van Judiths moeder Hanna Rodrigues de Miranda, dus Judith en Maurits waren nicht en neef van elkaar. Maurits was koopman in diamant.
● Netje (Nettie) Citroen (Amsterdam 11/2/1908 - ?) X Jacob Fortuin (Amsterdam 17/6/1903 - Dachau 4/1/1945) Op 16/10/1943 was hun zoon geboren in Amsterdam. Hij werd naar Friesland gebracht en in een gezin geplaatst, waardoor hij de oorlog overleefde. Zijn ouders werden met het transport van 5 april 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd. Dit was een trein met vijf verschillende bestemmingen. 240 Joden in goederenwagons naar Auschwitz, 101 Joden in twee passagierswagons naar Bergen-Belsen, 289 Joden in twee wagons naar Theresienstadt, onder wie dus Jacob Fortuin, die klokkenmaker was, en Nettie Fortuin Citroen. Daarnaast 41 vrouwen en kinderen naar Ravensbrück (een wagon), en 28 mannen naar Buchenwald (een wagon), voornamelijk Roemeense Joden. In Assen werden goederenwagons gekoppeld met 625 Joden vanuit België met bestemming Auschwitz. Jacob Fortuin werd van Theresienstadt weggevoerd en vermoord in Dachau op 4 januari 1945. Nettie overleefde Theresienstadt en keerde samen met haar moeder terug naar Nederland. Op 21 augustus 1945 werden zij geregistreerd in de Joodse Invalide, Weesperplein 1 in Amsterdam. Na enige tijd werd zij met haar kind herenigd.









