Jeannette (Netty) Philips

Jeannette (Nettie) Philips is geboren op 20 juli 1928 in Amsterdam. Ze is de dochter van Jacob Philips (1900- Sobibor 1943) en Betsy Philips-Sealtiel (1903- Sobibor 1943).
Netties ouders trouwden op 18 augustus 1920 en kregen vijf kinderen. De oudste, Isidore, werd ruim vier maanden na hun huwelijk geboren, op 7 januari 1921. Het jongetje overleed elf maanden later. Meijer was de tweede, hij kwam op 15 augustus 1922 ter wereld. Daarna kwam Susanna (Suze) op 25 juni 1926, Nettie was het vierde kind en de jongste kwam Beppie, op 26 augustus 1938. Dat was tien jaar na de geboorte van Nettie. Beppie is als enige van de kinderen in Hilversum geboren, de anderen kwamen in Amsterdam ter wereld.

Jeannette (Netty) Philips

Voornaam
Jeannette (Nettie)
Achternaam
Philips
Geboortedatum
20 juli 1928
Geboorteplaats
Amsterdam
Sterfdatum
09 juli 1943
Sterfplaats
Sobibor

Bij het huwelijk van Jacob en Betsy stond als Jacobs beroep genoteerd ‘Werknemer fietsenzaak’. Ook was hij los werkman bij diverse werkgevers. Daarna was hij zes jaar expeditieknecht in de Warmoestraat 94 in Amsterdam. Op zijn kaart van de Joodse Raad stond genoteerd: metaalarbeider.
In 1937 verlegde Jacob zijn werkzaamheden naar Hilversum. Ze gingen wonen aan het Noordsche Boschje 31d, en vanaf 1939 aan de Professor Dondersstraat 11. Daar had Jacob een Winkel van Sinkel. In de winkel van Philips werd van alles verkocht: potten en pannen, sokken, elastiek, knopen, garen en band, kleine snuisterijen en nog veel meer.

Professor Dondersstraat in 1940

Tijdens de oorlog volgde een gedwongen verhuizing terug naar Amsterdam, naar de Joodse wijk. Ze gingen wonen aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 117 II. Dat was de etage boven het gezin van Jacobs zuster Rebecca Polak-Philips, die daar woonde met haar man en twee kinderen. Ook Jacobs vader Isaäc woonde daar.
De etage waar ze introkken stond leeg. De vader en moeder van het gezin dat hier oorspronkelijk woonde, Isaäc en Lena Barmhartigheid-Truder waren toen al omgekomen in Mauthausen en Auschwitz, de drie dochters Barmhartigheid zouden later in 1943, op dezelfde dag in Sobibor omgebracht worden.

Nettie ligt in het ziekenhuis. Ze heeft het aan de gal. Ze had steeds hoge koorts en viel steeds flauw.

Bij een razzia werden Jacob, zijn vrouw Betsy en hun drie dochters Suze, Nettie en Betsie opgepakt. Ze kwamen op 29 maart 1943 aan in kamp Westerbork. Ze kwamen terecht in barak 72. Zoon Meijer werd iets later opgepakt, hij kwam op 2 april 1943 aan in kamp Vught. Zijn zusje Suze, toen 16 jaar, schreef op 8 april hierover naar haar vriendin Ali v.d. Rijst in Utrecht:

Meijer is heel alleen naar kamp Vught.

Het gezin werd niet meteen op transport gesteld. Suze schreef op dezelfde briefkaart:

Beppie heeft roodvonk, daarom blijven m’n vader en moeder en Netty hier.

Op 8 mei 1943 schreef Suze:

Lieve Ali, Nog steeds op Hollandse bodem. Ik denk, dat dit het laatste bericht is, dat je van me krijgt. Wil jij bericht naar Hilversum sturen Lorentzweg 53a aan Lafebre, dat wij hier zijn en doorgaan? (want Beppie is al haast weer beter). Geef ook de groeten aan alle bekenden? Nettie is vandaag niet goed en ligt in bed. M’n vader heeft griep en hoge koorts.
Mijn beide benen zijn zo verbrand van de zon, dat ik er mee naar de dokter moest. We zitten hier midden in de Drentse heide, maar ik ben toch liever in de Gooise heide. Ali geef je hele familie de groeten ook zij die in Duitsland zitten. Schrijf nog eens terug. Misschien ontvang ik het nog. Dag. Hartelijk gekust van je Suze.

Op 4 juni 1943, 3 weken voor haar 17e verjaardag, schreef Suze:

Lieve Ali, en andere familie, Zo jullie zien, zitten we nog steeds te Westerbork. Mijn moeder heeft sinds 3 weken een middenoorontsteking en knapt juist wat op. Nettie ligt in het ziekenhuis. Ze heeft het aan de gal. Ze had steeds hoge koorts en viel steeds flauw. Ik zelf lig in bed met keelontsteking.
We hadden pas een brief van Meijer en een van z’n meisje uit Vught. Beppie is weer thuis van de roodvonk en ziet er gelukkig weer goed uit. Ik eindig weer met schrijven, hopende op een spoedig weerziens. Geef iedereen de groeten van me. Dag. Gekust van jullie aller vriendin Suze.

Suze Philips

Jacob Philips, zijn vrouw Betsy Philips-Sealtiel en hun drie dochters Suze, Nettie en Beppie ontkwamen uiteindelijk niet meer aan hun transport, ze moesten naar het vernietigingskamp Sobibor. Dat was op 6 juli 1943. Ze zijn daar direct na aankomst, op 9 juli 1943 vermoord. Jacob was 42 jaar, Betsy 39, Suze 17, Nettie 14 en Beppie was 4 jaar oud. 

Meijer Philips kwam op 17 juli vanuit kamp Vught aan in kamp Westerbork, 11 dagen nadat zijn ouders en zussen op transport gesteld waren. Drie dagen later vertrok hij met het transport van 20 juli 1943 naar Sobibor. Bij uitzondering werd Meijer na aankomst geselecteerd. Of hij direct na aankomst is doorgestuurd naar het werkkamp Dorohucza of daar later naar toe werd gestuurd is niet duidelijk. Op 29 augustus 1943 schreef Meijer een briefkaart naar de familie Van de Rijst, het gezin van Ali, in Utrecht. De vertaling van het briefje luidt:

Lieve familie, En nu schrijf ik jullie. Vandaag hebben we schrijfverlof. Ik wil jullie laten weten dat met mij alles goed gaat en dat mijn werk goed is. Eten en drinken goed. Ik hoop dat het met jullie ook goed gaat. Doe alle bekenden de groeten van mij. Ik speel iedere avond op mijn fluit. De beste wensen van jullie vriend. Meijer Philips.

Op de achterkant staat dat de brief is geschreven in het ‘Arbeitslager Wlodowa’. Met deze naam wordt het kamp Sobibor bedoeld.

De brieven van de gevangenen werden gecensureerd, Meijer kon niet vrijuit schrijven. De omstandigheden waarin hij zich bevond moeten uiterst slecht geweest zijn.

Kamp Dorohucza lag zo’n 80 km ten zuidwesten van Sobibor. Het bestond van 13 maart tot 3 november 1943. De arbeiders moesten turfsteken in de omgeving van het kamp. Het was de bedoeling dat de veelal Joodse arbeiders zich letterlijk dood zouden werken. De levensomstandigheden in kamp Dorohucza waren erbarmelijk, de gemiddelde levensverwachting was dan ook slechts enkele weken. Tweemaal daags kregen de gevangenen een zwarte vloeistof die koffie werd genoemd. Drinkwater kregen zij niet. Verder was er dunne soep van zuurkool en transparant hondenvlees. Men kon zich wassen in de beek.

Op 3 en 4 november begon Aktion Erntefest (Operatie oogstfeest). Dit was de codenaam van een massamoordopdracht van de nazi’s waarbij op 3 en 4 november 1943 in verschillende werkkampen meer dan 43.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen door SS'ers en politiefunctionarissen werden vermoord.
De slachtoffers kwamen door kogelschoten om het leven. De opdracht tot deze slachting was door Himmler gegeven, ter vergelding van de opstand in Treblinka (2 augustus 1943) en Sobibor (14 oktober 1943). Onder de slachtoffers bevonden zich honderden Nederlanders. Van hen is een exacte sterfdatum niet bekend, daarom is hun overlijden op de laatste dag van de maand, 30 november, genoteerd.

Ook van Meijer wordt 30 november 1943 als datum van overlijden opgegeven. Meijer Philips is 21 jaar geworden.

Aan de Professor Dondersstraat 11 in Hilversum liggen zes struikelstenen voor Jacob en Betsy Philips-Sealtiel en hun vier kinderen Meijer, Susanna, Jeannette en Betsie.
De route van het Langeafstandswandelpad Het Westerborkpad loopt langs het voormalig woonadres van de familie Philips.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.