Hermina Merkelbach van Enkhuizen-Grünbaum

Op 26 juli 1942 lazen Rooms-Katholieke geestelijken op verzoek van de toenmalige aartsbisschop De Jong een herderlijke brief voor in de kerken met een protest tegen de voorgenomen deportatie van tienduizenden Joden. In de brief stond:
'De wetenschap dat deze maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden en bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen van Godswege als eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de kerken tot u (Seyss-Inquart, rijkscommissaris in bezet Nederland) de dwingende bede te richten aan deze maatregelen geen uitvoering te geven.'
Deze openlijke veroordeling leidde een week later tot represailles van de bezetters. De Duitsers pakten 213 katholiek gedoopte joden op. Van hen werden er 44 na korte tijd weer vrijgelaten, de rest werd gedeporteerd. Onder hen waren ook Hermina Merkelbach van Enkhuizen-Grünbaum en haar drie dochters Edith, Resi en Leni Bock.

Hermina Merkelbach van Enkhuizen-Grünbaum

Voornaam
Hermina
Achternaam
Merkelbach van Enkhuizen-Grünbaum
Geboortedatum
28 september 1886
Geboorteplaats
Leobersdorf, Oostenrijk
Sterfdatum
19 augustus 1942
Sterfplaats
Auschwitz

 Hermina Grünbaum werd op 29 september 1886 in Leobersdorf, Oostenrijk geboren. Ze trouwde met de Tsjechische Samuel Bock, een advocaat. Ze kregen drie dochters, Edith in 1907, Theresa (Resi) in 1909 en Helene (Leni) in 1912. Het huwelijk van de ouders was niet gelukkig. Er volgde een echtscheiding en in 1920 vertrok Hermine naar Nederland. Daar sloot ze een nieuw huwelijk met Willem van Merkelbach van Enkhuizen. Haar drie dochters volgden in 1922. Op 29 augustus van dat jaar werden moeder en dochters gedoopt in de parochiekerk van St. Elisabeth in Rotterdam en opgenomen in de katholieke kerk. Na het tweede huwelijk van haar moeder verhuisde Edith naar het internaat van de zusters Franciscanessen in Roosendaal waar ze begon met haar opleiding aan de kweekschool. Na het behalen van haar akte werd ze onderwijzeres in Rotterdam. Resi en Leni gingen naar het klooster van de Zusters van het Heilig Hart te Moerdijk. Resi trad in het klooster en werd later onderwijzeres. Leni werd kantoorbediende. Edith en Leni bleven thuis wonen, aan de Katendrechtse Lagedijk 231A in Rotterdam.

Uit de correspondentie tussen Edith en Resi bleek onder meer dat er zware zorgen op het gezin in Rotterdam drukten. Hermina en haar dochter Edith waren de kostwinners van het gezin, en toen Hermina enkele keren langdurig ziek was, werd duidelijk hoe zwaar het onderhoud van de familie op de schouders van de jonge onderwijzeres Edith drukte. De anti-Joodse maatregelen van november 1940 verboden Edith en Resi nog langer op hun scholen les te geven. Daardoor verergerden de financiële problemen in het gezin. Echtgenoot Jan was blijkbaar niet in staat zijn gezin te onderhouden.

Hermina schreef op zondag 16 augustus vanuit Westerbork, barak 37, nog een telegram naar Willem: ‘Ben in Westerbork, vertrek maandagmorgen. Breng kousen, kleren en ondergoed.’

Eind november 1941 werden de dochters van Hermina statenloos verklaard. Door haar huwelijk met haar Nederlandse man behield Hermina de Nederlandse nationaliteit.

Op 2 augustus 1942 werden Hermina en haar dochters Edith en Leni als reactie op de protestbrief van de bisschoppen gearresteerd en via Breda naar kamp Amersfoort overgebracht. Daar volgde een hereniging met Resi, ofwel zuster Charitas, die op dezelfde dag vanwege dezelfde maatregel uit Moerdijk was weggevoerd. De drie zussen werden op 4 augustus naar kamp Westerbork vervoerd. Moeder Hermine bleef nog ruim een week achter in kamp Amersfoort.

Op de dag van de arrestatie van zijn vrouw schreef haar man Willem een brief aan zijn broer, priester Louis Merkelbach in Etten:
‘Heel vroeg in de morgen werden Herma, Edith en Leni weggehaald. Ze moesten dekens, etc. en voedsel voor drie dagen meenemen en toen werden ze vervoerd in een grote politiewagen naar ik weet niet waar, maar men denk het concentratiekamp in Amersfoort. (…) Het blijkt dat door het hele land de Joden die katholiek geworden zijn opgepakt als vergelding voor de brief van de bisschoppen. (…) Ik ben gebroken. Het is zo verschrikkelijk voor ze. Zoiets hebben ze niet verdiend, integendeel.’

De dag erna hoort Willem dat ook de derde dochter Resi, Zuster Charitas, in haar klooster in Moerdijk is opgepakt. Willem reisde twee keer naar Amersfoort om te proberen zijn vrouw vrij te krijgen. Tevergeefs, want op 15 augustus werd Hermina, tegelijk met acht andere katholieke Joden overgebracht naar kamp Westerbork. Daar moet ze ontdekt hebben dat haar drie dochters al op 7 augustus waren afgevoerd naar Auschwitz.

Hermina schreef op zondag 16 augustus vanuit Westerbork, barak 37, nog een telegram naar Willem:
‘Ben in Westerbork, vertrek maandagmorgen. Breng kousen, kleren en ondergoed.’
Willem reisde diezelfde zondag nog naar het kamp, hij ging met de trein van 1 uur uit Rotterdam, beladen met twee zware pakketten. Hij kwam ’s avonds aan in Westerbork. Daar sprak hij met de commandant die hem zei dat er geen sprake van was dat zijn vrouw niet op transport zou gaan: hij had de opdracht dat van degenen die gemengd-gehuwd waren maar uit dat huwelijk geen kinderen hadden, de Joodse helft moest vertrekken.

Willem en Hermina hebben een kwartier met elkaar kunnen praten. Hij zei later:
‘Ze was dapper en vol goede moed, omdat ze gevraagd had om te gaan naar waar haar kinderen waren., Dat was haar gegarandeerd. Ze vertrok op het transport naar Auschwitz met het transport van 17 augustus 1942. In feite volgde ze haar dochters…in de dood.’

Hermina werd direct na haar aankomst in Auschwitz, op 19 augustus 1942 vermoord. Ze was 55 jaar. Hoewel de dood van haar dochters is vastgesteld op 30 september 1942 is het aan te nemen dat ook zij meteen na hun aankomst op 9 augustus zijn vergast. Edith, Resi en Leni waren toen 35, 33 en 30 jaar oud.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.