Hartog Härtz

Hartog Härtz is geboren in Harderwijk op 23 september 1876 als zoon van Abraham Härtz en Betje Hammelberg. Hartog trouwde op 28 augustus 1902 in Hoogeveen met Jetje Conen. Het paar kreeg vijf kinderen: Betsy, Benny, Floor, Abraham en Levie.

Op de foto: Hartog met zijn kleindochter Jetje.

Hartog Härtz

Voornaam
Hartog
Achternaam
Härtz
Geboortedatum
23 september 1876
Geboorteplaats
Harderwijk
Sterfdatum
09 april 1943
Sterfplaats
Sobibor


Hartog Härtz met zijn gezin in 1915.

Hartog Härtz was koopman in manufacturen. Zijn winkel was gevestigd in de in de Luttekepoortstraat, op de hoek met de Grote Haverstraat, op nummer 23. Dit pand had hij in 1917 gekocht en in 1919 verbouwd tot winkel met woonruimte. De winkel werd bemand door zijn vrouw Jetje Conen. Haar dochter Floor hielp haar daar later. Hartog Härz was elke dag op pad met zijn paard en wagen om lappen stof, band, garen en andere artikelen in de omgeving van Ermelo te verkopen. Hij nam een vaste route, zodat zijn paard na verloop van tijd zelf de weg wist en Hartog rustig een dutje kon doen.

Hartog Härtz onderweg met paard en wagen.
Hartog was in de wijde omgeving bij een ieder bekend. Wanneer klanten iets bij hem kochten werd er onderhandeld over de prijs. Geregeld mochten ook kinderen even op de kar meerijden. Ook de zonen van Hartog werden, in hun vaders voetsporen, koopman. Benny had zelf een winkel en Abraham en Levie waren net als hun vader onderweg met hun koopwaren. Dochter Betsy verhuisde na haar huwelijk naar Leeuwarden.

Hartog Härz was een zeer godsdienstig man met veel kennis over het Jodendom en praatte en discussieerde daar graag over met anderen. Menig dominee sprak hem aan om uitleg van bepaalde zaken. Hartog was jarenlang voorzanger in de synagoge van Harderwijk. Verder was Hartog secretaris-penningmeester van de Nederlands Israëlitische Gemeente sinds 26 april 1942. Ook hield hij toezicht en hielp mee bij de kosjere bereiding van voedsel in de Fino soepfabriek in Harderwijk. Zijn vrouw Jetje overleed tijdens de bezetting op 20 februari 1942 in Harderwijk toen de inperking van vrijheid voor Joden al volop gaande was.

Hij nam een vaste route, zodat zijn paard na verloop van tijd zelf de weg wist en Hartog rustig een dutje kon doen.

In september 1942 moesten de zonen van Hartog, Benny, Abraham en Levie, zich melden voor tewerkstelling in het werkkamp Het Wijde Gat bij Staphorst. Benny werd na enige tijd weer vrijgelaten omdat hij een functie had bij de Joodse Raad. Hij dook onder met zijn vrouw en kinderen en overleefde de oorlog. Abraham en Levie zijn in oktober 1942 vanuit Het Wijde Gat naar kamp Westerbork overgebracht en kort daarna, op 23 oktober 1942, gedeporteerd richting Auschwitz. Al in Cosel zijn zij met andere mannen uit de trein gehaald en via verschillende werk- en doorgangskampen in een werkkamp bij Breslau terechtgekomen. Na de oorlog is na onderzoek vastgesteld dat ze waarschijnlijk op 31 augustus 1943 niet meer in leven waren en die datum is hun sterfdatum geworden.

De vrouw van Abraham, Grietje (of Gré), dook met haar dochtertje Jetje, die vernoemd was naar haar oma en toen bijna 3 jaar oud was, in oktober 1942 onder in Ermelo.
                     
Grietje in een kostuum als lid van de toneelverening en dochter Jetje.

Na 5 maanden onderduik waren er geruchten over een razzia en moest Grietje daar weg. Grietje was waarschijnlijk ten einde raad en ging naar haar schoonvader Hartog die op dat moment nog in Harderwijk woonde. In de nacht van 29 op 30 maart 1943 vond er een inval plaats op de boerderij waar Grietje ondergedoken was geweest en enkele uren later stopte de overvalwagen voor de woning van Hartog Härtz. Die nacht werden Grietje, dochter Jetje en Hartog en diens dochter Floor opgepakt en per auto naar kamp Westerbork gebracht waar ze een plek kregen in barak 61 van het kamp.

Net als voor de meeste anderen in dit doorgangskamp was het verblijf maar kort. Een week later, op 6 april 1943, moesten Hartog en Floor op transport naar Sobibor waar ze beide meteen na aankomst op 9 april worden vermoord. Hartog Härtz is 66 jaar oud geworden. Dochter Betsy, die met haar in januari 1943 in Westerbork was aangekomen, vertrok op 4 mei 1943 naar Sobibor waar alle gezinsleden bij aankomst werden vermoord. Schoondochter Grietje en kleindochter Jetje gingen later die maand dezelfde weg en werden op 28 mei 1943 in Sobibor vermoord.

Gegevens en foto’s bij dit verhaal zijn ontleend aan het boek Joodse Harderwijkers van A. Daniëls en N. de Bruijne.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.