Esther Goudeket-Weening

Esther Goudeket-Weening is geboren op 24 april 1886 in Amsterdam. Ze was de dochter van Jacob Joseph Weening (1844) en Betje Witjas (1850).Ze was het jongste kind uit een gezin van zeven.

Esther Goudeket-Weening

Voornaam
Esther
Achternaam
Goudeket-Weening
Geboortedatum
24 april 1886
Geboorteplaats
Amsterdam
Sterfdatum
09 april 1943
Sterfplaats
Sobibor

Op 23 augustus 1906 trouwde Esther in Amsterdam met Isidore Goudeket (1 augustus 1883). Isidore was de zoon van Simon Goudeket en Rebecca Warradijn. Het echtpaar kreeg twee kinderen: dochter Elise werd geboren op 19 februari 1908 en zoon Simon op 13 juni 1910, beiden in Amsterdam.

Isidore was een gepassioneerd turner. Hij turnde bij de Amsterdamse turnvereniging Spartacus. De tientallen Joden die hier hun oefeningen uitvoerden, stonden bekend als ‘Muskeljuden’. In 1908 vertegenwoordigde Isidore Nederland op de Olympische Spelen in Londen. Hij haalde daar, met 159 punten, een 62e plaats. Isidores passie voor het turnen was overgegaan op zijn kinderen: Elise was een van de fanatiekste leden van de meisjesafdeling van Spartacus en Simon had niet alleen het atletisch vermogen van zijn vader geërfd maar was ook een veelbelovend violist.

De Olympische ploeg in 1908

Isidore was diamantklover. Daarnaast had hij een succesvolle handel opgezet in kindermeubelen en kon zich met zijn vrouw Esther en hun twee kinderen een ruimere woning in de Pijp veroorloven. Vlak voor de Beurskrach van 1929 trok hij met zijn gezin naar Antwerpen waar hij als diamantzager kon werken. Voor Isidore betekende dit wel dat hij zijn jarenlange functie als penningmeester van Spartacus moest opzeggen. Turnen deed hij inmiddels al een paar jaar niet meer. In 1923 had Isidore een beroerte gekregen waardoor zijn benen deels verlamd waren. Ook was hij wat aangekomen, had hij bijna al zijn haar verloren en was zijn vlassnorretje verdwenen.
Dochter Elise bleef in Amsterdam wonen. Ze trouwde in 1929 met Abraham Montanjees (1897-1945). Abraham turnde ook bij Spartacus en hij werd later, tot het moment dat dit vanwege de maatregelen van de bezetter niet meer mocht, voorzitter van de club. Elise en Abraham kregen 1 kind.

Toch stonden er twee koffers klaar bij de voordeur, gevuld met werklaarzen, wollen dekens, emaillen soepkommen, drinkbekers, truien, onderbroeken, sokken, handdoeken en proviand.

Ten tijde van de Duitse inval in Nederland waren Isidore en Esther teruggekeerd naar Amsterdam en hadden een woning gevonden aan de Tweede Jan Steenstraat 67. Zoon Simon bleef in Antwerpen.
In maart 1941 kreeg Isidore een oproep om zich verplicht als Jood aan te melden. In een school in Amsterdam Oud-Zuid vulde hij na betaling van een gulden aan registratiekosten het formulier in dat hem als volledig Joods bestempelde.

Zoon Simon woonde in Antwerpen op Cobdenstraat 29. Van hem is bekend dat hij op 31 oktober 1942 vanuit Mechelen naar Auschwitz is gedeporteerd, waar hij op 3 november aankwam. Zijn overlijden is nooit officieel vastgesteld. Na de oorlog heeft het Ministerie van Justitie 1 juni 1945 vastgesteld als zijn uiterlijke sterfdatum. Uit beschikbare gegevens kan worden verondersteld dat Simon Goudeket niet later dan 28 februari 1943 in Auschwitz (of de omgeving van Auschwitz) is overleden.

Zoon Simon is vanuit Mechelen naar Auschwitz is gedeporteerd, van waaruit hij niet terugkeerde.

Dochter Elise, haar man Abraham Montanjees en hun kind woonden in de Deurloostraat 116-I te Amsterdam. Abraham was verzetsstrijder. Het gezin dook onder, maar Abraham werd gepakt. Hij werd naar de strafgevangenis in Arnhem gebracht. Abraham is op 3 april 1945 in Bergen-Belsen overleden, 34 jaar oud. Elise en hun kind overleefden de oorlog.
 
Omdat Isidore in de diamantindustrie werkte, hadden Esther en hij een vrijstelling van deportatie. Toch stonden er twee koffers klaar bij de voordeur, gevuld met werklaarzen, wollen dekens, emaillen soepkommen, drinkbekers, truien, onderbroeken, sokken, handdoeken en proviand. Tijdens de grote razzia van 20 juni 1943 werden Isidore en Esther in hun woning gearresteerd. Na registratie in een park bracht een tram hen naar het Muiderpoort-station vanwaar ze per trein verder naar Westerbork gingen. Pas ’s avonds laat kregen zij aldaar een plaats toegewezen in barak 60. Twee weken later, op 6 juli 1943 gingen zij op transport naar Sobibor. Bij aankomst, op 9 juli 1943 werden zij direct naar de gaskamers zijn gestuurd. Esther was 57, Isidore 59 jaar.
 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.