Eddy Hamel speelde acht seizoenen in het eerste elftal van Ajax Amsterdam. Hij was een geliefd speler en later coach bij andere verenigingen. In 1942 kwam hij met zijn vrouw en zonen Robert en Paul in kamp Westerbork terecht. In januari 1943 volgde transport naar Auschwitz vanwaar geen van de gezinsleden terugkeerde. Paul Beek schreef dit portret over Eddy Hamel, maar ook het boek Van Ajax tot Auschwitz waarin een veel uitgebreider verslag is te vinden over Eddy en zijn uiteindelijk tragische levensverhaal.
Eddy Hamel
- Voornaam
- Edward
- Achternaam
- Hamel
- Geboortedatum
- 21 oktober 1902
- Geboorteplaats
- New York
- Sterfdatum
- 30 april 1943
- Sterfplaats
- Auschwitz
Edward Hamel werd geboren in Upper East Side, Manhattan in New York als eerste zoon en kind van diamantslijper Mozes Hamel en Eefje Beek. Hierdoor had hij de Amerikaanse nationaliteit. Het gezin bleef maar 2 jaar in New York vanwege gebrek aan werk voor vader Mozes. Mozes was werkzaam in diamantindustrie. Op 6 juni 1903 kwamen de Hamels terug in de Amsterdamse Pretoriusstraat op nummer 96 3 hoog en 13 jaar later begon Eddy’s carrière als voetballer. Hij kwam als 14-jarige bij Wilhelmina Vooruit, ging later naar AFC en kwam in 1922 uiteindelijk bij Ajax. Zijn bijnaam was Belhamel, een toespeling op zijn naam maar de naam paste ook bij hem als jonge voetballer.
Als rechtervleugel spits was hij succesvol in 125 wedstijden maar scoorde niet veel. Ondanks zijn goede prestaties kwam hij niet uit voor Oranje vanwege zijn nationaliteit. Wel was hij voor vriendschappelijke wedstrijden gevraagd door de Engels coach Bob Glendenning. Ook bij Ajax was zijn coach een Engelsman, Reynolds, de man die hem bij AFC ontdekte.

Nieuwe Haarlemsche Courant, 27-10-1927
In 1930 moest Eddy Hamel vanwege een knieblessure stoppen met actief voetbal en werd coach van onder meer Volendam. Net als voetballer was hij ook als coach succesvol en haalde met Volendam en de Kennemers kampioenschappen.
De Tribune, 15 april 1937
Clubblad De Kennemers
Op 29 augustus 1929 trouwde hij met Johanna Wijnberg.
De Courant, 30-08-1929
In 1938 kregen ze een tweeling, de zoons Robert en Paul. Het gezin woonde aan de Pretoriusstraat 92 op 3 hoog en later aan de Rijnstraat 145 op 2 hoog.
Algemeen Handelsblad, 17-11-1938
Zijn bijnaam was Belhamel, een toespeling op zijn naam maar de naam paste ook bij hem als jonge voetballer.

Op een fatale dag in 1942, de 27e oktober werd Hamel opgepakt vanwege het niet dragen van de Jodenster, wat strafbaar was. Hij probeerde een beroep te doen op zijn Amerikaanse nationaliteit maar bezat die papieren niet. De rechercheurs van Bureau Joodsche Zaken Meyer en Klaas Nap arresteerden hem en de 29e werd hij naar de gevreesde Euterpestraat gebracht.
Fragment politierapport 29 oktober 1942
Op de 30e kwamen hij en zijn gezin in Westerbork. Daar zaten ze in barak 21 en 43 tot het transport van 29 januari 1943. Op die dag volgde transport naar Auschwitz en na aankomst van dat transport met in totaal 659 personen werden Johanna en de jongens meteen vergast. Eddy werd met een groep geselecteerden gedwongen arbeid te verrichten. In Auschwitz trok Eddy op met de Engelsman Leon Greenman die hij in Westerbork al had leren kennen en die met hetzelfde transport aankwam in Auschwitz.
Leon Greenman
Greenman was Engelsman en net als Eddy kon hij voor transport uit Westerbork zijn papieren niet tonen om daarmee eventueel in aanmerking te komen voor uitwisseling. Leon Greenman getuigde later dat hij en Eddy het goed konden vinden en elkaar warm hielden op de bovenste slaapplek in de barakken van Auschwitz die niet meer was dan een paar planken en misschien een strodeken. Ze wisten ook beide niet wat van hun gezin geworden was. Tot de fatale selectie rond 30 april 1943 toen Eddy ziek was van een abces in zijn mond. Dat betekende niet meer fit genoeg voor werk. Hij werd na een selectie naar de gaskamer gestuurd. Zo kwam een hardvochtig einde aan het leven van een mens en voetballer, de eerste Joodse en Amerikaanse voetballer in Ajax 1. Voor hem en zijn gezin zijn Stolpersteine gelegd. Zijn naam staat ook op plaquette bij de KNVB en Ajax adopteerde de steen met zijn naam in het Namenmonument in Amsterdam.
Algemeen Handelsblad, 05 november 1945
Bronnen: Mr. Jim McCough podcast Belhamel, diverse voetbalarchieven
"De Sumatra post". Medan, 28-03-1928, p. 13. Geraadpleegd op Delpher op 09-12-2025,
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011023583:mpeg21:p013
In 2025 verscheen het boek Van Ajax tot Auschwitz van Paul Beek. Een kort fragment hieruit:
In het seizoen 1926-1927 werd Ajax kampioen van de eerste klasse! Eddy speelde dat seizoen zestien wedstrijden in competitieverband en zes in kampioenswedstrijden, een soort nacompetitie; hij scoorde in totaal vier goals. Het kampioenschap werd behaald op 27 februari 1927 tegen DFC waarbij Eddy in de eerste helft scoorde. De aftrap werd verricht door de toen beroemde Olympische zwemmer Arno Borg. Topscoorder werd Henk Hordijk met vijf goals. In het Houten Stadion zaten 5.000 toeschouwers. De wedstrijd was al twee keer uitgesteld, de laatste keer op 6 februari vanwege de regen. De scheidsrechter was Hans Boekman.
Eddy speelde het seizoen erna ook in het kampioensteam, achttien maal in de reguliere competitie, achtmaal in de kampioenswedstrijden en hij kwam tot een totaal van drie goals. Op 4 maart 1929 werd het 1-4 tegen HBS en Eddy scoorde uit een indirecte vrije trap in de tweede helft de 0-2 in het Haagse Houtrust, waar 4.000 toeschouwers toekeken.
https://www.boekscout.nl/shop2/boek/9789465283104