David Keizer

David Mannes Keizer werd geboren op 10 oktober 1879 in Winschoten. Zijn ouders, waarvan op de Joodse Begraafplaats aan het St. Vitusholt te Winschoten nog steeds hun graven te vinden zijn, waren Izaak Keizer en Petronella Bloch. David trouwde op 17 augustus 1905 met Clara Adele de Beer, (geboren op 20 februari 1878 in Winschoten). Ze gingen wonen in de Langestraat 67 te Winschoten. Het echtpaar kreeg twee dochters, in 1906 werd Betsy Nellie geboren en in 1909 Else Hermine. De beide dochters hebben de oorlog overleefd. (Onderaan een interview met dochter Else)

David Keizer

Voornaam
David Mannes
Achternaam
Keizer
Geboortedatum
10 juli 1879
Geboorteplaats
Winschoten
Sterfdatum
16 juli 1943
Sterfplaats
Sobibor

David Keizer was manufacturier. In de Langestraat 67 hield hij een textielzaak. Veel leden van de Joodse gemeenschap in Winschoten maakten deel uit van de middenstand. Voor de Vrijzinnig Democraten stond hij tweemaal op de kieslijst voor de gemeenteraad van Winschoten, beide malen op een zodanige plek dat hij niet verkozen werd. David was maatschappelijk betrokken, hij was voorzitter van de Winschoter Concertvereniging en van de afdeling Winschoten van de Maatschappij tot Nut der Israëlieten in Nederland. Daarnaast heeft David een belangrijke rol gespeeld in de Winschoter Voetbal Vereniging WVV.

 

Door zijn periode als voorzitter werd hij benoemd als erelid. De voetbalclub schrijft over David:

"WVV begon in 1896 als jongensclub van HBS- en Gymnasiumscholieren. David Keizer, 17 jaar oud, maakte deel uit van het groepje dat bij de oprichtingsvergadering aanwezig was. In 1921, tijdens het 21-jarig bestaan van de club, trad hij aan als scheidsrechter in een wedstrijd tussen WVV-veteranen en het toenmalige WVV-I. Het eerste elftal miste enkele spelers maar dacht ook met acht man wel van de oudjes te kunnen winnen; ten onrechte. In 1936 tijdens het veertigjarig clubbestaan vond David het wel genoeg. Om als een stuk antiek uit de kast gehaald te worden, wie zat daar nu op te wachten?"

David en zijn vrouw Clara werden op 13 juli 1943 vanuit kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Daar zijn ze beiden 16 juli 1943 omgebracht.

De Keizers waren erg goed voor hun personeel, zo lieten de dienstmeisjes weten.

Informatie van de Facebookgroep Vissersdijk History Winschoten:

"De Joodse familie Keizer was een welgestelde familie welke zich vrij luxe vakanties konden veroorloven naar b/v naar Zandvoort of ergens in Duitsland.
David M. Keizer had een goed lopende winkel aan de Langestraat 67 waarin hij stoffen van de rol verkocht aan particulieren ( huidige locatie 2de pand rechts van de RK Kerk )
De Keizers waren erg goed voor hun personeel zo lieten de Dienstmeisjes weten , ze gingen veel om met Joodse families als ook kwamen Winschoters graag bij hun over de vloer,
Tevens was David een actief man in het Winschoter culturele leven , hij had zitting in het bestuur van de Winschoten Concertvereniging , ook was hij mede oprichter van de Winschoter Voetbal vereniging WVV waarvan hij ook voorzitter werd."

Op 6 mei 1998 is onderstaand Interview met Els Kan- Keizer, de tweede dochter van David en Clara. (Digibron: Kenniscentrum Gereformeerde Gezindte) 

"Ik was niet zionistisch"
Els Kan had van discriminatie geen last.  Els Kan-Keizer zegt het met een zachte stem, waarin je nog heel duidelijk een Groningse tongval kunt horen: "Mijn ouders hadden een winkel in lingerie en korsetten aan de Langestraat in Winschoten. Er woonden veel meer joden in het dorp en we werden als joden niet anders behandeld. Nee, je kunt niet echt zeggen dat er antisemitisme was. Hoewel, heel soms voelde je het".
Mevrouw Kan-Keizer geniet van haar oude dag in "Beth Juliana", een zorgcentrum voor bejaarden van Nederlandse afkomst te Herzliya in Israël. "Het is hier een prettig huis, ik heb het naar de zin en ik kan het iedereen aanbevelen". Op verzoek blikt ze terug op haar jeugd in Winschoten. Ze heeft er een afspraak bij de tandarts voor afgezegd.
Af en toe valt er een stilte, dan tuurt ze eventjes voor zich uit, en laat de vragen rustig op zich inwerken. Soms hapert het geheugen bij kleine details: "Ik weet niet meer of we aan de Langestraat nummer 63 of nummer 67 woonden. Het ene was ons huisnummer, het andere ons telefoonnummer", klinkt het haast wat laconiek.
Elsje Keizer werd in 1909 geboren te Winschoten. Haar ouders waren David Keizer en Clara de Beer, beiden eveneens Winschotenaren. Het gezin Keizer was joods, maar niet godsdienstig. Mevrouw Kan-Keizer: "Mijn ouders waren helemaal niet vroom. Mijn moeder voelde zich helemaal niet joods. Mijn vader, een muzikale man, ging slechts één keer per jaar -op Grote Verzoendag- naar de synagoge. Zelf ging ik helemaal nooit en ik zat ook niet op de joodse jongerenclub".
De jonge Els kon beslist tot de slimmere kinderen gerekend worden. "Na de lagere school, de Vissersdijkschool, heb ik vier klassen van het Winschoter gymnasium gedaan. Dat was onder rector Wartena. Voor meisjes was meer middelbaar onderwijs in die tijd niet gebruikelijk. Ik heb toen in Groningen een beroepsopleiding tot apothekersassistente gevolgd".
Trouwen
In 1928 vertrok Els uit Winschoten. Haar eerste baan kreeg ze in een apotheek in Coevorden. "In Coevorden kende ik aanvankelijk niemand. Ik bezocht daar de joodse jeugdclub, waar zionistische ideeën leefden: joden moeten teruggaan naar hun land van oorsprong. Ik was zelf helemaal niet zionistisch. Het hing er gewoon een beetje vanaf met wie je omging. Wel wilde ik altijd al met een joodse man trouwen".
In 1941 trouwde Els met de in Arnhem geboren Salomon (Sally) Kan. Hij was opgevoed met de voornemens naar Israël -dat toen nog Palestina heette- te gaan. "Na ons huwelijk volgden we een cursus Ivriet (modern Hebreeuws, red.). Het was handig de spreektaal in Palestina alvast te beheersen. Zo konden we ons voorbereiden op onze bijdrage aan de opbouw van ons nieuwe vaderland". Datzelfde jaar nog viel die droom in duigen en openbaarde zich de harde werkelijkheid van de Tweede Wereldoorlog. Het jonge echtpaar werd door de Duitsers gedwongen te verhuizen naar Amsterdam. Eind 1942 werden de ouders van mevrouw Kan door de Duitsers weggevoerd uit Winschoten. Zij zouden nooit meer terugkeren.
Trein
Over de oorlog kan zij rustig praten. "Mijn man en ik kwamen uiteindelijk via Westerbork terecht in het concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland. We zijn tegen het einde van de oorlog in de legendarische Treubitz-trein terechtgekomen. Gedurende veertien dagen reden we in een trein door Duitsland, steeds verder weg van Bergen-Belsen. Onderweg stierven honderden mensen. Wij zijn uiteindelijk in Treubitz door de Russen bevrijd. Ik weet van die periode daarna maar heel weinig, ik werd doodziek. Via Leipzig zijn we per trein weer in Nederland beland en opgevangen in kasteel Oost in Valkenburg. Toen we terugkwamen in Arnhem stond ons huis nog leeg, we konden er gelukkig zo weer in." Voor veel andere joodse overlevenden van de holocaust pakte dat anders uit.
Bakker Israëls
Het gewortelde zionisme en de verschrikkelijke oorlogservaringen, brachten het echtpaar Kan ertoe in 1951 daadwerkelijk naar Israël te vertrekken. "We kwamen er met tien Nederlandse families tegelijk terecht in Hadar-Am, een dorpje met citrusteelt. Daar was ook Bram Salomons uit Winschoten bij. Mijn man werd opzichter bij de bouw van nieuwe huizen". Toen de opbouw van Israël wat de huizenbouw betreft klaar was, was het gezin Kan ook aangewezen op het agrarische leven met kippen, grapefruits en sinaasappels. Met een glimlach om de mond: "Nu eens deden de kippen het goed, dan weer was het een goed citrusjaar..." In 1981 overleed Sally Kan en sinds 1990 woont Els Kan-Keizer in Beth Juliana.
Ze raakt haast wat in de war bij de vraag of ze nog wel eens terug is geweest in Winschoten. "Was ik daar nou vlak na de oorlog nog met mijn man? Ik weet het niet meer. Wel was ik er veel later nog eens met mijn zuster uit Velp en een vriendin. Ik hield het voor gezien na een wandeling door de Torenstraat, de Langestraat en de Kleine Botstraat. Toen was het genoeg. De winkels waren zo modern geworden, met allemaal vlaggen buiten. Het verstoorde mijn beeld van vroeger. De joodse begraafplaats was afgesloten en we konden helaas die dag de sleutel niet krijgen".
Mevrouw Kan heeft in Winschoten een prettige jeugd gehad en haalt nog wel eens herinneringen op met een andere overlevende uit de ooit zo grote joodse gemeenschap van Winschoten: "Ik praat hier nog wel eens met iemand uit het gezin van bakker Israëls en met Max Bollegraaf, die nu Mordechai heet."

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.