Schoontje (Bella) Doof-Sealtiel

Schoontje (Bella) Sealtiel is geboren op 23 april 1895 in Amsterdam. Ze werd Bella genoemd. Ze was de dochter van Meijer Sealtiel (1867-1936) en Susanna Roza (Roosje) Sealtie-Sealtiel (1876-Auschwitz 1943). Schoontje trouwde, 23 jaar oud, op 7 augustus 1918 in Amsterdam met Barend Doof, 24 jaar oud. De choppe had plaats op woensdag 7 augustus 1918 in Amsterdam. Barend is geboren op 5 februari 1894 in Amsterdam.
Schoontje was de oudste van de zes kinderen uit dit gezin, alle zes, hun partners en kinderen werden vermoord in de oorlog. Het was een totaal van 23 personen.

Schoontje (Bella) Doof-Sealtiel

Voornaam
Schoontje (Bella)
Achternaam
Doof-Sealtiel
Geboortedatum
23 april 1895
Geboorteplaats
Amsterdam
Sterfdatum
28 mei 1943
Sterfplaats
Sobibor

 Schoontjes man Barend Doof was de zoon van Hartog Doof (1873-Sobibor 1943) en Sara Doof-van West (1874-Amsterdam 1942). Schoontje en Barend kregen vier kinderen: de oudste zoon Hartog werd geboren op 23 oktober 1919, na hem kwam Suzanna op 6 februari 1922. Het derde kind was Sonja, op 8 januari 1930 en op 15 januari 1933 kwam de jongste dochter Selma.

Dochter Suzanna is geboren op het Waterlooplein 62-III. Volgens gegevens van het Stadsarchief van Amsterdam woonde het gezin daar ook in 1921, Barend was toen een werkeloos diamantbewerker. Zijn vrouw Schoontje was kleermaakster. Ze heeft bij Mutter en C. op de Nieuwe Herengracht gewerkt. Later woonde het gezin aan de De la Reijstraat 9 in Amsterdam.

Schoontje en haar twee jongste dochters moesten naar kamp Vught.

Barend Doof
Op 13 januari 1942 deed de Joodsche Raad voor Amsterdam in opdracht van de Duitse bezetter een oproep aan alle mannelijke Joden in Amsterdam die geen arbeid of vaste bezigheid hadden, tot het invullen van een formulier. Hierin kon men verklaren ‘geen arbeid, noch vaste bezigheid’ te hebben. Uiteraard was het de bedoeling van de Duitse bezetter meer Amsterdamse Joodse mannen via rijkswerkkampen in onder meer Drenthe en vervolgens via doorgangskamp Westerbork te deporteren naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen.

Het is niet bekend of Barend Doof dit formulier ingevuld heeft. Maar op 20 januari 1942 kwam hij aan in het werkkamp Diever B.
Diever B lag in de Oude Willem, een paar kilometer van het dorp Diever. Het kamp bestond uit houten woonbarakken aan twee kanten van het terrein met in het midden een grasveld, de woning van de kok/beheerder, de keuken, het waslokaal en een kantine.
De winter van 1942 was erg streng. Van werken kwam de eerste tijd niets. De Joodse dwangarbeiders die sinds januari in het kamp verbleven, werden ingeschakeld om de toegangsweg naar het kamp begaanbaar te houden. Water moest met emmers uit de nog enige werkende kraan in de keuken worden gehaald.
De barakken waren niet op het extreme weer berekend. Door extra te stoken en veel dekens was het nog enigszins uit te houden. Omdat de waterleiding in de wasplaats lange tijd was afgesloten, dreigde een deel van de mannen te vervuilen. De kamparts deed onderzoek en kwam tot de conclusie dat bij drie personen sprake was van een zekere vorm van vervuiling. Daarna maakte de plaatselijke timmerman een douchecel en ook werden de nodige wasteilen, emmers en borstels aangeschaft. Voor degenen die niet zelf hun kleren konden of wilden wassen, bestond de mogelijkheid ze naar de wasserij te brengen. Om het moreel van de Joodse dwangarbeiders op peil te houden werden in de loop van de winter muziek- en kaartavonden georganiseerd.
Nadat de strenge winter was afgelopen werden de Joodse mannen ingezet voor ontginningswerkzaamheden op de heidevelden. Er moest een meter diep worden gespit en de harde onderste laag gingen de mannen met een houweel te lijf. De oudere mannen hadden lichter werk, zoals tuinierswerk.

Bron: https://joodsewerkkampen.nl/overzicht-joodse-werkkampen/diever-b

Vanuit dit werkkamp ging Barend naar kamp Westerbork, de aankomstdatum is niet bekend. Op 31 augustus 1942 werd hij op transport gesteld naar Auschwitz, als ´Freiwillige´. Dit was een Cosel-transport. Waarschijnlijk is hij daar uit de trein gehaald en tewerkgesteld.
Barend Doof kwam om in Midden-Europa op 31 maart 1944. Hij was 50 jaar oud.

Schoontje Doof-Sealtiel en haar dochters Sonja en Selma
Schoontje en haar twee jongste dochters moesten naar kamp Vught. Daar kwamen ze aan op 14 januari 1943. Ze verbleven er vier maanden. Op 24 mei 1943 gingen ze door naar kamp Westerbork. Ze kwamen in barak 60, maar werden meteen de volgende dag op transport gestuurd naar Sobibor. Daar werden ze direct na aankomst, op 28 mei 1943, vermoord.
Schoontje was 48 jaar, Sonja was 13 en Selma was 10 jaar oud.

Hartog Doof en Sara Doof-Zwaaf
Zoon Hartog Doof was kleermaker. Hij werkte vanaf 27 december 1940 bij textielfabriek Hollandia-Kattenburg.
Op 25 juli 1942 trouwde Hartog met Sara Zwaaf. Sara Zwaaf is geboren op 9 juni 1921 in Amsterdam. Ze was de dochter van Abraham Zwaaf (1894-Auschwitz 1944) en Grietje Zwaaf-Pront (1894-Auschwitz 1942).
Hartog en Sara kwamen aan in kamp Westerbork op 7 augustus 1942, twee weken na hun huwelijk. Nog dezelfde dag moesten ze op transport naar Auschwitz. Als sterfdatum van Hartog en Sara Doof-Zwaaf is genoteerd 30 september 1942. Maar uit de Sterbebücher van Auschwitz blijkt dat Hartog daar is omgekomen op 21 december 1942.
Hartog Doof was 22 jaar oud, Sara Doof-Zwaaf was 21 jaar.

Het ‘Boek der tranen’ (Joods Historisch Museum) herdenkt het vermoorde Joodse personeel, werkzaam bij de regenjassenfabriek Hollandia-Kattenburg. Op woensdag 11 november 1942, omstreeks 16.30 uur, deed de Sicherheitspolizei onder leiding van Willy Lages een inval in de Hollandia-fabrieken. Alle uitgangen werden afgezet en de Joodse medewerkers van het bedrijf werden ‘s avonds weggevoerd onder het voorwendsel dat zij zich aan een strafbaar feit schuldig gemaakt hadden. Van alle die avond weggevoerde werknemers maar ook van de werknemers die al eerder op transport waren gesteld, zoals Hartog Doof, is in het 'Boek der tranen' een foto opgenomen.

Hartog Doof

Suzanna Doof
Ook Suzanna Doof werkte als kleermaakster, ze stond bekend als japonnennaaister. Zij kwam ruim twee maanden na haar broer en schoonzus aan in kamp Westerbork. Dat was op 28 november 1942. Op 8 december 1942 volgde haar transport naar Auschwitz.
Na de oorlog werd eerst als sterfdatum genoteerd: 11 december 1942, maar uit de Sterbebücher van Auschwitz blijkt dat Suzanna in Auschwitz is omgekomen op 6 januari 1943. Het is dus mogelijk dat Suzanna haar broer Hartog nog in Auschwitz gezien heeft.
Suzanna Doof was 20 jaar.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.