Alexander Brest

Het echtpaar Salomon Brest (1863-1918) en Anna Brest-Polak (1866-1940) woonde in Zwartsluis. Daar werden ook hun vijf kinderen geboren. De oudste was Branca, geboren op 27 april 1895, daarna kwam Benjamin op 19 september 1896, vervolgens Alexander op 8 november 1898. De vierde was Rebekka Helena (Betsy), zij kwam op 3 oktober 1900 ter wereld en de jongste was Leonard, geboren op 18 maart 1903.

Alexander Brest

Voornaam
Alexander
Achternaam
Brest
Geboortedatum
08 november 1898
Geboorteplaats
Zwartsluis
Sterfdatum
19 februari 1943
Sterfplaats
Auschwitz

In Zwartsluis was de familie Brest al heel vroeg bekend om zijn handel in manufacturen. In een krant uit 1900 is reeds onderstaande advertentie te vinden:

Aan de Molensteeg 26 was de zaak van Salomon Brest en daarnaast, op nummer 28 de winkel van zijn broer Levie Brest.

Salomon Brest overleed in 1918. Zijn weduwe Anna Brest-Polak zette, tezamen met haar zonen, de zaak voort.

Uit de onderstaande krantenberichten is enigszins het spoor te volgen van deze familie Brest voor en na de oorlog:

In 1928 verhuisde het gezin naar de Diezerstraat 122 in Zwolle. Ze namen daar een manufacturenzaak en handel in goud en zilver over en vestigden zich onder de naam van Firma Wed. Salomon Brest-Polak. Naast de verkoop van manufacuren, confectie, goud en zilver werd de firma ook een groothandel in ruwe wol.

De broers Benjamin, Alexander en Leonard werden in 1929 vennoot en in een advertentie in 1936 werd ook hun zus Rebekka Helena genoemd als medevennoot. In 1938 trok moeder Anna zich terug uit de zaak. Ze was toen 72.

Bericht uit 1936

De voormalige winkel van de familie Brest in Zwartsluis werd verhuurd, zoals blijkt uit deze advertentie uit 1936:

In 1930 kreeg de familie Brest telefoon, ze waren vanaf dat moment bereikbaar met het nummer 1500.

Er is een foto van Branca uit 1919, zij was kantoorbediende op het Post en Telegraafkantoor in Zwartsluis.

Post- en Telegraafkantoor te Zwartsluis in 1919, met Branca Brest. 

Uit berichten van de Burgerlijke Stand is op te maken dat Branca pas in 1930 naar de Diezerstraat 122 in Zwolle is verhuisd. Zij verloofde zich in 1933 met Aharon Salomon Hartog (Lochem 4 mei 1890). Ze trouwden in juli 1934, en gingen in aan de Zuiderwal 15 in Lochem wonen.

Ook de jongere zus Rebekka Helena werkte bij de Post en Telegraaf, zij was rijks-telegrafiste. Zij was nog aspirant toen zij in 1919 meeverhuisde naar Zwolle:

Geregeld adverteerde de firma Brest in de krant, zoals de advertentie hieronder uit 1939:

Naast zijn werk in de winkel handelde Benjamin ook in verzekeringen:

Advertentie uit 1931

Een overlevende van dit transport verklaarde na de oorlog dat er met dit transport veel mensen die in het kamp een baantje hadden vertrokken, terwijl een verpleegster in haar dagboek schreef dat er veel patiënten waren weggevoerd met dit transport.

In het eerste oorlogsjaar, op 28 augustus 1940, overleed Anna Brest-Polak:

In het tweede oorlogsjaar begonnen de maatregelen tegen Joden. Op 24 april 1941, moest de familie Brest hun radio inleveren. Leonard bracht hem weg. De radio was verzegeld door de PTT. De tweede radio leverde Benjamin in, op 28 april 1941. Het was een autoradio van Philips. Hun fietsen volgden in juni 1942: een krakkemikkige herenfiets en ook een oude damesfiets. Met ingang van 21 mei 1942 trad het bedrijf in liquidatie en met ingang van 24 augustus 1942 werd het opgeheven. Toen het pand aan de Diezerstraat 122 leegstond, werden er spullen uit gehaald en naar een Joods ziekenhuis gebracht. Onder andere een peluw, een matras, een spiraalbodem en een ledikant.

De Joodse Zwollenaren zijn in meerderheid tussen begin oktober 1942 en begin april 1943 gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Zo ook Benjamin en Alexander Brest, evenals hun oudste zus Branca en haar man Aharon Hartog. Aharon zat sinds de zomer 1942 in werkkamp Lievelde, hij werd vanuit het werkkamp overgebracht naar kamp Westerbork. Zij allen kwamen tussen 3 en 5 oktober aan in het kamp, zij behoorden tot de 10.000 mensen die in die dagen aankwamen. Het kamp was overvol.

In de weken daarna reed de trein vanuit kamp Westerbork naar Auschwitz twee keer per week. Branca en Aharon Hartog-Brest moesten mee met het transport van 19 oktober 1942. Ze werden in Auschwitz vermoord op 21 oktober 1942, ze waren 47 en 52 jaar oud.

Benjamin en Alexander bleven achter in het kamp. Ze verbleven in barak 64. Van Benjamin is bekend dat hij werkzaam was als broeder in het ziekenhuis.
Op 16 januari verbleven de beide broers in barak 82, onderdeel van het ziekenhuis. Hier lagen patiënten die de kritieke fase van hun ziekte te boven waren, maar enige tijd op krachten moesten komen. Of Benjamin en/of Alexander daar verbleven vanwege ziekte of wellicht allebei vanwege werk aldaar is niet bekend

Benjamin en Alexander werden op 16 februari 1943 op transport gesteld naar Auschwitz. Een overlevende van dit transport verklaarde na de oorlog dat er met dit transport veel mensen die in het kamp een baantje hadden vertrokken, terwijl een verpleegster in haar dagboek schreef dat er veel patiënten waren weggevoerd met dit transport. In Auschwitz werden de broers Brest bij aankomst op 19 februari 1943 vermoord. Benjamin was toen 46 en Alexander 44 jaar oud.

De jongste twee kinderen uit dit gezin, Betsy en Leonard, hebben de oorlog overleefd. Op 8 juni 1945 verscheen onderstaande advertentie in de krant:

Leonard werd aangesteld als bewindvoerder van de firma Wed. Sal. Polak-Brest, zoals blijkt uit onderstaande advertentie, geplaatst op 15 augustus 1945:

Leonard zette de zaak aan de Diezerstraat jarenlang succesvol voort.

 

Leonard Brest was in 1957 getrouwd met Isolde Greefkes. Ze kregen een zoon en een dochter. Leonard overleed in 1982 ,79 jaar oud.

 

In 1986 werd het bedrijf van de familie Brest aan de Diezerstraat 122 te Zwolle uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.