Abraham Polak

Abraham Polak werd geboren op 5 maart 1894 in Appingedam. Hij was de zoon uit het huwelijk van borstelmaker Salomon Polak en Geertje Polak-Hoogstraal. Zowel zijn ouders als zijn zussen, voor zover die voor de oorlog nog in leven waren, werden gedurende de oorlog omgebracht.

Abraham Polak

Voornaam
Abraham
Achternaam
Polak
Geboortedatum
05 maart 1894
Geboorteplaats
Appingedam
Sterfdatum
18 oktober 1943
Sterfplaats
Vught

 In 1919 trouwde Abraham met Mina Hoogstraal, zijn volle nicht. Mina was de dochter uit het huwelijk van godsdienstleraar en voorzanger van de Joodse gemeente in Apeldoorn Freerk Hoogstraal en Betje de Bruin. Zij was de middelste van drie dochters. Mina groeide op in Apeldoorn. Ook van Mina kwamen gedurende de oorlog zowel haar ouders als haar twee zussen in de vernietigingskampen om het leven.

Abraham werkte jarenlang als paraplumaker, lange tijd samen met zijn vader. Ook verkochten vader en zoon bont en wandelstokken. Het bedrijf was eerst gevestigd in de Korenstraat, op nummer 28 en werd later verplaatst naar Hoofdstraat 148. Boven de winkel bevond zich het woongedeelte. Dit was ook het laatste woonadres waar het gezin naar toe verhuist.
Abraham en Mina kregen drie kinderen; Salomon, ook wel Salo genoemd (20-12-1920), Frederik of Frekie (02-05-1923) en Gerard (15-07-1924).

Van links naar rechts: Abraham Polak, zonen Gerard, Frederik, Salomon en Mina Polak-Hoogstraal.

Van het gezin Polak waren zonen Salomon en Frederik al in oktober 1942 in Westerbork terechtgekomen. Beiden kwamen er op 3 oktober 1942 vanuit het Joodse werkkamp ’t Schut bij Ede, waar ze tewerkgesteld waren, aan.
Op 26 oktober 1942 ging Frederik op transport naar Auschwitz en werd daar bij aankomst geselecteerd voor arbeid. Er is een brief van hem bekend, geschreven in Monowitz, Haus 13, in januari 1943. Kort daarna moet hij zijn omgekomen. Zijn sterfdatum werd later vastgesteld op 28 februari 1943.

Op de sterfakte werd aangegeven dat Abraham is bezweken aan een combinatie van een zwak hart en longkanker.

De Duitsers verzonnen geregeld doodsoorzaken om hun eigen rol in de dood weg te poetsen. Vermoedelijk is dit ook hier het geval.

Zijn broer Salomon Polak bleef achter in kamp Westerbork. Hij had er een functie bij de Ordedienst en was daardoor voorlopig vrijgesteld van transport. Uiteindelijk kon hij ook toen de laatste transporten uit het kamp vertrokken achterblijven. Hij leerde er de opgepakte onderduikster Roos de Wolff kennen. Met haar trouwde hij in kamp Westerbork kort na de bevrijding in juni 1945.

Zoon Gerard heeft zijn middenstandsdiploma en zou volgens de registratiekaart van de Joodse Raad in het verleden werkzaam zijn geweest als zowel kantoorbediende als grossier in levensmiddelen. Gerard werkt vanaf 24 april 1942 als huisknecht bij het Apeldoornsche Bosch.

Abraham, Mina en hun jongste zoon Gerard werden op 9 april 1943 van Apeldoorn naar kamp Vught gestuurd. Gerard werkte er een tijdje in het buitencommando Moerdijk en later waarschijnlijk in de industriebarakken van het kamp. Daar werkte ook zijn moeder Mina. Volgens een naoorlogse registratie werkte zij in het kamp als bontwerkster bij het Textielkommando. Een toevoeging aan deze registratie vermeldde: ‘werkzaam bij Splitter’, dit verwijst naar de voorman of -vrouw van de bontwerkers. Op haar Joodse Raad kaart stond aangetekend dat ze een bruikbare kracht was.

Op 18 oktober 1943, na een half jaar detentie in Kamp Vught, stierf Abraham daar. Hij bereikte de leeftijd van negenenveertig jaar. Op de sterfakte werd aangegeven dat hij is bezweken aan een combinatie van een zwak hart en longkanker. De Duitsers verzonnen geregeld doodsoorzaken om hun eigen rol in de dood weg te poetsen. Vermoedelijk is dit ook hier het geval. 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.