Pieter Tuinstra

Het kamp Westerbork werd tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alleen gebruikt als doorvoerkamp voor Joden, maar ook als executieplaats. In de herfst van 1944 werden er 48 verzetsstrijders en vier Joden door vuurpelotons van de Duitsers doodgeschoten. Hun lichamen werden verbrand in het crematorium van het kamp. Eén van die verzetsmensen was de toen 43-jarige Pieter (Piet) Tuinstra uit Assen. Hij was één van de zeventien mannen die in de vroege ochtend van 12 oktober 1944 werden geëxecuteerd. Tuinstra was getrouwd met Dieuwke van Dijk en het echtpaar had drie kinderen. Het gezin woonde aan de Burgemeester Jollestraat 10a in Assen. Hij was sinds 1933 directeur-eigenaar van Tuinstra’s assurantiekantoor en verzekeringsmaatschappij ‘De Drie Provinciën’. In dit portret, geschreven door Sjoerd Post, aandacht voor Piet Tuinstra.

Pieter Tuinstra

Voornaam
Pieter
Achternaam
Tuinstra
Geboortedatum
09 mei 1901
Geboorteplaats
Nijeberkoop
Sterfdatum
12 oktober 1944
Sterfplaats
kamp Westerbork

In de laatste maanden van 1944 was de jacht op onderduikers en verzetsmensen in Noord-Nederland sterk toegenomen. Toen de geallieerden eind augustus 1944 steeds meer overwinningen boekten ontstond in het bezette Nederland de verwachting dat de oorlog snel beëindigd zou worden. Dit mondde uit in feestelijkheden op 5 september in Zuid-Nederland (‘Dolle Dinsdag’). Omdat veel leden van de Sicherheitsdienst de grond in het zuiden te heet onder de voeten werd, trokken ze naar het noorden. Samen met groepen landwachters voerden ze felle jachten uit op eenieder die anti-Duits was.

Piet Tuinstra (Nijeberkoop, 9 mei 1901) raakte in 1942 betrokken bij het verzet en zat tot over zijn oren in verzetsactiviteiten. Zo was hij voor de Ordedienst (OD) Drenthe contactman voor die organisatie in Groningen, was hij actief voor de verzetskrant Vrij Nederland en zorgde voor vervalste identiteitspapieren. Ook verschafte Piet Tuinstra mensen onderduikadressen en was hij geldinzamelaar voor het Nationaal Steunfonds. Dat fonds zorgde voor de financiering van het verzet.


Verzetskaart Piet Tuinstra (www.ovcg.nl)

Verraad van binnenuit bij de OD Groningen zorgde voor de arrestatie van een grote groep mensen. De Groninger advocaat en NSB’er mr. Simon Petrus Redeker stuurde een brief naar de Sicherheitsdienst, waarin hij de suggestie deed een aantal reserveofficieren die bij de OD aangesloten waren, in hechtenis te nemen. Redeker was eerst betrokken bij het verzet, maar speelde al sinds 1941 dubbel spel. Als gevolg van de brief van Redeker pleegden de Duitsers een overval op de OD in Groningen. Op één van de lijsten die daar gevonden werden stond Pieter Tuinstra vermeld. Dit vormde het begin van een onderzoek waarbij veel Groningse verzetsmensen in Duitse handen vielen. Tuinstra was één van de zeventien slachtoffers van een arrestatiegolf die volgde.

Zijn zoon, de in 2021 87-jarige Fokke Tuinstra, kan zich de 26e september 1944 nog heel goed herinneren.

                                    
                                    zoon Fokke Tuinstra

‘Ik was tien, maar hoewel het al meer dan 75 jaar geleden is, hoor ik ’s nachts als ik half wakker ben, nog weleens de kreet van mijn moeder: ‘Pyt, allegearre poepen in de tun’ (Piet, allemaal moffen in de tuin). Het hele huis was omsingeld. Er werd gebeld en er kwamen vijf moffen ons huis binnen, één van hen vroeg aan moeder waar haar man was. Vader kwam rustig de trap af en zei: ‘hier ben ik’. Hij werd meegenomen naar het kantoor en wij moesten in de woonkamer gaan zitten. Moeder, mijn zus Boukje, mijn broer Wybren en ik.

 

                             
                                         Burgemeester Jollestraat 10A in Assen tegenwoordig.

Uit het kantoor hoorden we steeds hardere stremmen, er was een handgemeen. Plotseling klonk er een kreet van vader en even later kwam er een mof naar de keuken en griste een theedoek van een haakje. Na verloop van tijd zagen we dat vader door de Duitsers naar een auto werd gebracht. Hij drukte een theedoek tegen zijn bloedende hoofd. Samen met moeder hebben wij toen eerst de rommel opgeruimd. De moffen hadden het hele huis doorzocht, overal lagen boeken en kleren op de grond’.

Korte tijd later werden moeder Tuinstra en haar kinderen uit de woning gezet. Ze kregen onderdak bij vrienden en woonden daar tot na de bevrijding. Fokke Tuinstra vertelt dat zij geen idee hadden wat er met hun vader was gebeurd. Ze hadden gehoord dat hij naar het Scholtenhuis in Groningen was gebracht. ‘Dat was een beruchte locatie van Groningse Sicherheitsdienst, meer wisten we niet. Eerst na de oorlog hoorden we dat de hele groep van zeventien mannen was vermoord. Bij deze hele verschrikkelijke ervaring is er één feit dat wij als familie bijzonder vinden. Mijn vader was een man uit één stuk en kende de risico’s van het verzet. Als contactman van de OD in Drenthe kende hij veel verzetsmensen. Ondanks de zware verhoren heeft hij zijn mond gehouden. Na zijn aanhouding is er niemand in Drenthe gearresteerd.’

"Mijn vader was een man uit één stuk en kende de risico’s van het verzet."

In het Scholtenhuis werd Piet Tuinstra, evenals de andere zestien gearresteerden, onderworpen aan uiterst gewelddadige verhoren. Op basis van getuigenverklaringen na de oorlog is duidelijk geworden dat Hauptsturmführer Wilhelm Stöwsand opdracht kreeg van Obersturmführer Josef Anders om de zeventien mannen naar Westerbork te brengen. Om half zes in de vroege ochtend van 12 oktober 1944 zijn de mannen uit hun cellen gehaald en met een vrachtauto naar Westerbork gebracht. Een groep SD’ers ging in een tweede vrachtauto naar Westerbork. Daar aangekomen werden Stöwsand en de leider van de Schutzpolizie, Martin Schmidt, door kampcommandant Albert Gemmeker begroet. Hij wees Schmidt en het vuurpeloton de executieplaats aan, achter het crematorium.

Eerst werden tien verzetsstrijders gedood en daarna de tweede groep van zeven mannen. Na de fusillade werden de leden van het vuurpeloton getrakteerd op een glas jenever. De stoffelijke overschotten zijn vervolgens naar het crematorium gebracht en daar verbrand. Twee gevangenen kregen de opdracht niets over te laten van de as van de vermoorde mannen. Tegen deze opdracht in hebben ze de as in een bus gedaan en achter het crematorium begraven. Op de achterkant van een deur in het crematorium krasten ze na elke executie de data en het aantal mensen dat ze hadden gecremeerd. Daardoor konden alle mannen na de bevrijding geïdentificeerd worden.

De stoffelijke resten zijn op 2 november 1945 herbegraven op de begraafplaats Esserveld in Groningen.


Het monument op begraafplaats Esserveld

Voor deze plechtigheid vond een herdenking plaats in het provinciehuis van Groningen. In de hal stond een zwarte urn opgesteld, symbool voor de stoffelijke resten van de 45 slachtoffers van het nazigeweld. Om twaalf uur begon een rouwdienst in de Martinikerk met toespraken door de commissaris van de Koningin en een mede verzetsstrijder. Op het Esserveld is een monument geplaatst voor de slachtoffers van de naziterreur. Het is ontworpen en gemaakt door de Groninger kunstenaar Willem Valk en bestaat uit een witte natuurstenen vrouwenfiguur dat uit een urn oprijst.


De naam van Tuinstra op het monument

Na de oorlog heeft Lammert Braaksma, de hoofdonderwijzer van de openbare Emmastraatschool met zijn dochter Dina van der Werff-Braaksma een erelijst gemaakt van de 41 inwoners van Assen die de oorlog niet overleefd hebben. Ook Pieter Tuinstra staat vermeld op deze lijst.


De ingelijste pentekening kreeg een prominente plek in de hal van de school. Na diverse omzwervingen is de tekening weer teruggekeerd in de school. Voor Pieter Tuinstra werd ter herinnering ook een stolperstein gelegd bij zijn voormalig woonadres.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.