Johannes Jacobus Eskes

Johannes Jacobus Eskes werd geboren op 24 november 1885 in Gorssel, tot 1 januari 2005 een zelfstandige gemeente, daarna vallend onder de gemeente Lochem. Zijn ouders waren Derk Eskes (geboren op 31 juli 1850 te Verwolde) en Eva Johanna Zwiers (geboren op 23 mei 1854 te Zutphen). Vader Derk Eskes slaagde op 7 juni 1876 te Winterswijk voor de acte tot hulponderwijzer en werd onderwijzer te Eefde. Het gezin zou uiteindelijk bestaan uit vader en moeder, 10 zonen en 2 dochters, te weten: Gerard, Johannes Derk, Eva Johanna, Hendrika Johanna Geertruida, Johannes Jacobus, Dirk, Albertus, Hendrik, Gerrit Hendrik, Willem, Lodewijk en Marius.

Johannes Jacobus Eskes

Voornaam
Johannes Jacobus
Achternaam
Eskes
Geboortedatum
23 november 1885
Geboorteplaats
Gorssel
Sterfdatum
12 oktober 1944
Sterfplaats
kamp Westerbork

Johannes groeide op in Eefde en werd later zelf ook onderwijzer. Op 27 januari 1921 trouwde hij met Maria Theodora Hoekstra, geboren op 17 februari 1893 te Groningen, onderwijzeres. Johannes kreeg een aanstelling als onderwijzer aan de Christelijke Mulo aan de Petrus Driessenstraat te Groningen. Het gezin woonde aan de Oliemulderstraat 6-1 (61?) en had vier kinderen. Het gezin was Nederlands Hervormd, wat misschien verklaart waarom Johannes zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij de LO, de op hervormde en gereformeerde grondslag opererende landelijke illegale verzetsorganisatie. Tevens was hij lid van de OD (Ordedienst), een rechtsgeoriënteerde verzetsorganisatie van met name oud-militairen die zich vooral voorbereidde op hoe het land bestuurd moest worden na de bevrijding. En hij was lid van de NC, het Nationaal Comité van Verzet. Deze groep is nooit officieel opgericht. De activiteiten begonnen in 1943 en behelsden de activiteiten van de verschillende verzetsgroepen te coördineren. Het kantoor (bij verschillende mensen thuis) bevond zich in Den Haag.

Welke rol Johannes precies heeft gespeeld in het Groninger verzet is niet helemaal duidelijk, maar gezien het feit dat zijn woning diende als postadres voor de OD, zal dit niet onbetekenend zijn geweest. In het boek 'Het Grote Gebod - gedenkboek van het verzet in LO en LKP' komt dit niet aan de orde. Het echtpaar Eskes kreeg vier kinderen, daarnaast verborgen ze onderduikers. De woning aan de Oliemulderstraat in de Oosterpoortwijk was een groot herenhuis voorzien van een serre. Het huis staat er nog, de Mulo-school is afgebroken.

Het gebeurde op de verjaardag van Eva. Via-via had vader Eskes geregeld dat er gebakjes waren, in die periode een bijzonderheid. Ze zouden de gebakjes 's avonds nuttigen, toen er plotseling een aantal Duitsers schreeuwend het huis binnenstormden.

Op 27 juli 1944 werd één van de leiders van de Groninger Nul-groep Meindert Veldman uit Hekkum door Geesje Bleeker verraden, gearresteerd en meegenomen naar het Scholtenhuis en na verhoord en gemarteld te zijn, overgebracht naar Vught. Via omwegen belandde Tine Veldman (ook in het verzet) met drie van hun kinderen bij de familie Eskes aan de Oliemulderstraat. De broers Freerk (1934) en Jan Anne (1937) sliepen er op de bovenverdieping in een bedstee. Maar lang hebben ze geen gebruik kunnen maken van het onderduikadres, want op 23 september 1944 werd het huis door de SD omsingeld en werd naast het gezin Eskes ook het gezin Veldman opgepakt. Daarnaast de wederhelft van hun oudste dochter Eva en de buren. Op dezelfde avond arresteerde de SD meerdere verzetsstrijders, onder andere Hendrik Otto George van der Kooi, evenals Johannes Eskes leraar van de Mulo-school. Ze zouden later beiden met nog vijf leraren die eveneens slachtoffer werden van de nazi-terreur worden herdacht door middel van een plaquette in de PABO-school.


Zoon Freerk vertelt over de arrestatie: 'Het gebeurde op de verjaardag van Eva. Via-via had vader Eskes geregeld dat er gebakjes waren, in die periode een bijzonderheid. Ze zouden de gebakjes 's avonds nuttigen, toen er plotseling een aantal Duitsers schreeuwend het huis binnenstormden. Mevrouw Eskes smeet meteen de gebakjes met doos en al in de kachel met de woorden: 'Die zullen de Duitsers niet hebben'. Bijna zeker is het huis van het gezin Eskes door de verrader Simon Petrus Redeker aangemerkt. Hij was een zeer gehaaide advocaat, die zowel contacten met het verzet had als met het Scholtenhuis. Niet wetend van de dubbelrol van de advocaat zou Hendrik van der Kooi een week voor de inval tegen Simon Redeker hebben gezegd dat hij met OD-reserve-kapitein Karsien Kriegsman had afgesproken dat hij de geallieerden een handje zou helpen 'als de tijd daarvoor rijp was'. De advocaat heeft dit aan de Robert Lehnhoff, één van de beruchtste SD-ers van het Scholtenhuis, doorgebriefd. Karsien Kriegsman (reserve-kapitein) en Jan Dijksterhuis (chef OD van Groningen) werden in diezelfde week opgepakt en op 25 september 1944 met nog 10 medegevangenen nabij kamp Westerbork gefusilleerd. Evenzo verging het verzetsgenoten Pieter Tuinstra en Roelof van Weerden. Allemaal stonden ze op een door de nazi's gevonden lijst van verzetsstrijders.

De gezinnen Eskes en Veldman en de buren werden naar het Scholtenhuis overgebracht. Het gezin Eskes en het gezin Veldman werden opgesloten op de zolderverdieping van het Scholtenhuis. Op zeker moment werd daar ook ene Domela Nieuwenhuis (neef van de bekende socialist/ politicus Ferdinand Domela Nieuwenhuis) binnengebracht. Jan Anne Veldman was heel bang, vertelt hij, want Nieuwenhuis (Jan Derk heette hij) zat onder het bloed en ging vreselijk tekeer. Zijn zoon was kort daarvoor door de nazi's doodgeschoten. Deze zoon was ook actief in het verzet en had een advocatenkantoor in de Pelsterstraat.

Het Scholtenhuis

Over de verhoren van de familie Eskes is naar mijn weten niets bekend. Zij waren slechts enkelen in de arrestatiegolf die vooral in die tijd in Groningen en omstreken plaatsvond. De verhoren onder SD-er Lehnhoff c.s. waren doorgaans zeer wreed. Het oordeel stond voor verzetsstrijders vast. Op 12 oktober 1944 in de vroegere morgen, werden vanuit het Scholtenhuis in totaal 17 mannen in twee vrachtauto's naar kamp Westerbork gebracht. Allen waren lid van het Verzet. SS-Kampcommandant van Westerbork Albert Gemmeker, wees de plek aan waar de executie moest plaatsvinden en bleef erbij aanwezig.

Eén van de 17 mannen was Johannes Jacobus Eskes. Op bevel van Oberleutnant Schmid, onder andere bijgestaan door een commando van leden van de Ornungspolitzei, teweten: Adam, Parusel, Stolzle, Nachbuer en Thomas werden de executies uitgevoerd. Meteen na de executies door het vuurpeleton en na vaststelling van de dood werden de lichamen naar het crematorium vervoerd en aldaar van hun ringen en papieren ontdaan door iemand van de Siecherheitsdienst. Daarna werden zij in het crematorium verbrand. Als tijdstip van overlijden staat zeven uur dertig (7.30 uur) aangegeven. Leeftijd 58 jaren. Zijn echtgenote Maria Theodora Hoekstra bleef nog tot 4 december 1944 gevangen. Zij overleed op 23 februari 1968 te Groningen, oud 75 jaar. De eerdergenoemde Meindert Veldman overleed op 22 februari 1945 te Bergen Belsen in Duitsland aan vlektyfus, op dezelfde dag als één van zijn verzetsmaten Wim Homoet.

Dankzij Selfried Fuchs en Isidor Fontijn, die waren belast met het cremeren van de gefusilleerden bij kamp Westerbork, konden na de oorlog de asresten worden opgegraven en op 2 november 1945 symbolisch op de begraafplaats Esserveld te Groningen worden bijgezet. Het door Willem Valk ontworpen monument bevat de namen van 43 te Westerbork gefusilleerde mannen. Het werd op 4 mei 1948 onthuld.

Monument Esserveld

De plaquette met de namen van zeven omgekomen onderwijzers van de toenmalige kweekschool werd in 1965 onthuld. Het is ontworpen door Mattheus Meesters en toont een kring kinderen met in hun midden een leegte; het gemis van de onderwijzers. Het bevindt zich in het Brugsmaborg, de nieuwe Pabo aan de Zernikeplein te Groningen.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.