Ernst Katan

“In der Nacht sind 4 Männer aus der S-Baracke geflohen. Alle sind gefasst und 3 dann erschossen worden; der 4. ist angeschossen ins Krankenhaus gebracht worden und wurde vormittags wieder herausgeholt, um erschossen zu werden.”
Uit het dagboek van kampgevangene Hans Bial, 6 september 1944.

Ernst Katan

Voornaam
Ernst
Achternaam
Katan
Geboortedatum
30 april 1923
Geboorteplaats
Hilversum
Sterfdatum
06 september 1944
Sterfplaats
kamp Westerbork

De vier vluchtelingen die Bial noemt waren John Ancona, Johan Engers, Samuel Goldstein en Ernst Katan. Zij vluchtten uit angst om gedeporteerd te worden in de periode dat de laatste deportatietreinen vertrokken uit kamp Westerbork. Hartog Walvis behoorde in eerste instantie ook tot dit groepje, maar hij keerde kort voor de daadwerkelijke ontsnappingspoging terug naar zijn barak. Hij verklaarde in een naoorlogs proces-verbaal over de gebeurtenis het volgende:

“Nadat wij een dag of tien in het kamp hadden vertoefd, werd ons medegedeeld, dat wij op transport naar Duitsland zouden gaan. Om aan dat transport te ontkomen heb ik met 4 andere jongens genaamd: Engers, Ancona, Katan en Goldstein, het plan gemaakt om te ontvluchten. Na ons eerst voorzien te hebben van een nijptang om het prikkeldraad door te knippen, zijn wij ’s avonds onze barak uitgegaan. Toen wij bij het prikkeldraad waren gekomen hoorde ik in het kamp fluiten. Ik vermoedde dat wij werden gezocht en deelde dit aan de anderen mede en stelde voor om terug te keren. De anderen voelden daar niet veel voor en zijn toen door gegaan. Ik ben weer naar het kamp teruggegaan.”

Om ontsnappen moeilijk te maken was er naast het prikkeldraad ook een kampgracht om het kamp heen. Bij het oversteken van deze kampgracht zijn de vier vluchters opgemerkt door surveillerende leden van het politiebataljon dat belast was met de buitenbewaking en meegenomen naar de Kommandantur-barak. Kampcommandant Gemmeker werd erbij geroepen en omdat deze naar eigen zeggen niet bevoegd was om zelfstandig straf op te leggen, zocht Gemmeker contact met de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en SD Karl Schöngarth. Van diens ondergeschikte Erich Deppner (die in de zomer van 1942 de eerste kampcommandant van het doorgangskamp Westerbork was geweest) kreeg Gemmeker de opdracht om de vier mannen direct te fusilleren. Gemmeker wees daarop enkele SS’ers uit zijn kamp aan die de executie bij het crematorium van kamp Westerbork middels een nekschot moesten uitvoeren.


Fragment uit de verklaring van kampcommandant Gemmeker in het proces -verbaal uit 1945.

De teruggekeerde medevluchter Hartog Walvis werd kort na terugkomst in zijn barak door enkele SS’ers opgehaald en ook door kampcommandant Gemmeker ondervraagd over de ontsnapping. Hij werd vervolgens in de gevangenenbarak opgesloten en begreep dat zijn medevluchters waren gepakt. Walvis hoorde de volgende dag dat de vier nog diezelfde avond gefusilleerd waren. Zelf werd hij een week later naar Bergen-Belsen gedeporteerd en van daar in december 1944 naar Buchenwald. Hij overleefde de oorlog en getuigde kort daarna tijdens het onderzoek naar de executie van zijn medevluchters.


Uit de kampadministratie, 6 september 1944.

'Om aan dat transport te ontkomen heb ik met 4 andere jongens genaamd: Engers, Ancona, Katan en Goldstein, het plan gemaakt om te ontvluchten.'

Ernst Katan was de jongste van de vier vluchters. Hij was 21 jaar toen hij werd vermoord. Ernst werd geboren in Hilversum op 30 april 1923. Zijn ouders waren David Katan en Johanna Romunde. Ernst had een oudere broer; Hans (1919). Het gezin woonde tot 1940 in Hilversum waar de vader van Ernst een juwelierszaak had aan de Kerkstraat. In oktober 1940 ging het gezin naar Amsterdam waar ze woonden aan het Westerscheldeplein op nummer 1 IIhg.

                                                     

De foto van Ernst komt van de website van het Stadsarchief Amsterdam en komt van zijn paspoortaanvraag. Uit een document uit datzelfde stadsarchief blijkt dat Ernst op 12 oktober 1943 voor de arbeidsinzet moest afreizen naar Berlijn om daar bij A.G. Brandenburg aan de slag te gaan. Bij beroep staat ‘musicus’ genoteerd. Hans is niet afgereisd. Net als zijn oudere broer hield hij zich bezig met verzetsactiviteiten. Hij werd opgepakt en kwam in kamp Amersfoort terecht. Op 25 augustus 1944 werd Ernst met andere strafgevallen overgebracht naar kamp Westerbork. Hij kreeg een plek in barak 67, de strafbarak van kamp Westerbork. Enkele dagen later volgde de mislukte ontsnappingspoging.

Na de executie zijn de lichamen van de mannen in het crematorium verast. Het bijzondere verhaal van Samuel Goldstein die de executie in eerste instantie overleefde is hier te lezen: https://westerborkportretten.nl/verzetsportretten/samuel-goldstein

De stoffelijke resten van de mannen zijn eerst bij het crematorium begraven en later herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen.

 

Sinds 2018 zijn de namen van Ernst Katan en zijn medevluchters te lezen op herdenkingspanelen bij de executieplaats op het voormalig kampterrein.



De ouders van Ernst scheidden tijdens de oorlog. Moeder Johanna, niet-Joods, hertrouwde en deed na de oorlog navraag naar het lot van haar jongste zoon.

De vader van Ernst, David Katan, werd vermoord in Sobibor op 14 mei 1943. Broer Hans werd in augustus 1943 opgepakt en op 30 september 1943 met andere leden van zijn verzetsgroep gefusilleerd in Overveen.

                  

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.