Op 19 mei 1944 worden 245 Sinti en Roma vanuit kamp Westerbork naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 31 overleven de oorlog.
The English version and a portrait in music can be found below.
Foto links: still uit de Westerborkfilm - vertrekkend transport 19 mei 1944 (collectie HcKW)
Settela Steinbach
- Voornaam
- Settela
- Achternaam
- Steinbach
- Geboortedatum
- 23 december 1934
- Geboorteplaats
- Born
- Sterfdatum
- 03 augustus 1944
- Sterfplaats
- Auschwitz
Eén van de slachtoffers is Settela Steinbach. Settela wordt geboren in 1934 in Born. Met haar negen broertjes en zusjes reist ze in haar jeugd door het Limburgse land. Een van de vaste standplaatsen van de familie Steinbach is Susteren. Aan de Baakhoverweg, in het talud van de weg, naast de boomgaard van “de Zeute”, staan de woonwagens van het gezin opgesteld. Buurtbewoners herinneren zich dat de kinderen van de Steinbachs met regelmaat om water kwamen vragen. Op zomeravonden konden ze in het dorp de melodieuze klanken van de violen van de familie horen.
In 1943 trekt de familie Steinbach naar het bekende woonwagenkamp ‘De Zwaaikom’ in Eindhoven. Het kamp, aangelegd in 1929, is na het trekverbod in de zomer van 1943 door de overheid aangewezen als één van de centrale kampen voor Sinti en Roma en woonwagenbewoners.
Op dinsdagmorgen 16 mei 1944 worden Settela en haar familie in alle vroegte door gebonk op de woonwagen en geschreeuw wakker gemaakt. Een razzia. De politieagenten en landwachters die de razzia uitvoeren, hebben een lijst bij zich van de ‘zigeuners’ die in het woonwagenkamp verblijven. Uiteindelijk worden er 21 het kamp uitgedreven (via het politiebureau) naar het station van Eindhoven. Vooral vrouwen en kinderen: een deel van de mannen is al een week eerder opgepakt en naar kamp Amersfoort gebracht. Zo ook de vader van Settela.
Op het Centraal Station moet Settela met de andere opgepakte Sinti en Roma in een personentrein stappen die eerst naar Den Bosch rijdt – waar nog eens 51 personen worden toegevoegd – en daarna aan een rit naar het noorden beginnen. Omstreeks vier uur ’s middags komt in kamp Westerbork een einde aan de reis. Drie dagen later volgt deportatie naar Auschwitz-Birkenau waar Settela begin augustus 1944 in de gaskamer om het leven wordt gebracht.
still uit de Westerborkfilm - vertrekkend transport 19 mei 1944 (collectie HcKW)
Drie dagen later volgt deportatie.
Lang blijft Settela een van de vele onbekende slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Tot de Haagse journalist Aad Wagenaar begin jaren negentig onderzoek doet naar de Westerborkfilm, een film opgenomen in het voorjaar van 1944 door de Joodse kampgevangene Rudolf Breslauer op bevel van commandant Albert Konrad Gemmeker. Wagenaar wil de de identiteit van “het meisje tussen de wagondeur”, een shot uit het beroemdste gedeelte van de film (een vertrekkend transport uit kamp Westerbork) achterhalen. Tot dan toe is altijd gedacht dat zij een Joods meisje moet zijn.
Simultaan aan het onderzoek van Wagenaar zijn twee medewerkers van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Koert Broersma en Gerard Rossing, bezig met hun eigen onderzoek naar de Westerborkfilm. Door het bekijken van de sporen van de film weten Rossing en Broersma de datum van de opname vast te stellen. Uit nauwkeurige analyse van het beeldmateriaal blijkt dat het niet gaat om een Joods transport, maar om het zogeheten ‘Zigeunertransport’ van 19 mei 1944.
Het meisje in de wagondeur moet dus een ‘zigeunermeisje’ zijn, beseft ook Wagenaar. Hij gaat op verschillende woonwagenkampen in Nederland op zoek naar haar naam. Al bij de eerste stop in Spijkenisse volgt het antwoord als hij een overlevende van het ‘Zigeunertransport’ ontmoet.
‘Het tolt in mijn kop. Kan dat waar zijn: een maandagmiddag in Spijkenisse, nog geen tien minuten binnen bij de eerste overlevende van het zigeunertransport uit Westerbork die ik gevonden heb ‑ en het meisje dat wereldwijd haast een halve eeuw lang als het anonieme slachtoffer van de deportaties gold, heeft gelijk haar naam weer?
“Settela!”, roept ze. “Dát was haar naam: Settela! Dat schreeuwde die moeder: ‘Settela, ga bij die deur weg, straks komt je kop er nog tussen!’ Settela!”
Settela Steinbach ‑ het is maandagmiddag 7 februari 1993, vijf minuten over vier. Het meisje heeft haar naam terug.’
English version:
Westerbork was a transitcamp for Jews, but in May 1944 also more than 200 Sinti en Roma, sometimes called gypsies, left this camp for Auschwitz. One of the victims from this group was Settela Steinbach. Settela was born in Born, in the province of Limburg in the southern Netherlands, in 1934. During her childhood, she travelled throughout Limburg with her nine brothers and sisters. One of the Steinbach family's permanent homes was in Susteren. The family's caravans were parked on the Baakhoverweg, on the embankment of the road, next to the orchard of “de Zeute”. Local residents remember that the Steinbach children regularly came to ask for water. On summer evenings, they could hear the melodious sounds of the family's violins in the village.
In 1943, the Steinbach family moved to the well-known caravan camp “De Zwaaikom” in Eindhoven. The camp, established in 1929, was designated by the government as one of the central camps for Sinti and Roma and travellers after the ban on travelling in the summer of 1943.
Early on Tuesday morning, 16 May 1944, Settela and her family were awakened by banging on the caravan and shouting. It was a raid. The police officers and land guards carrying out the raid had a list of the “gypsies” staying in the caravan camp. In the end, 21 people were driven out of the camp (via the police station) to Eindhoven station.
Mainly women and children: some of the men had already been arrested a week earlier and taken to Camp Amersfoort. Settela's father was among them.
At Central Station, Settela and the other arrested Sinti and Roma were forced to board a passenger train that first travelled to Den Bosch – where another 51 people were added – and then began its journey north. At around four o'clock in the afternoon, the journey ends at Camp Westerbork. Three days later, they are deported to Auschwitz-Birkenau, where Settela is killed in the gas chamber in early August 1944.
For a long time, Settela remained one of the many unknown victims of the Second World War. Until, in the early 1990s, The Hague journalist Aad Wagenaar researched the Westerbork film, a film shot in the spring of 1944 by Jewish camp prisoner Rudolf Breslauer on the orders of commander Albert Konrad Gemmeker. Wagenaar wanted to discover the identity of “the girl between the carriage door”, a shot from the most famous part of the film (a transport leaving Camp Westerbork). Until then, it had always been assumed that she must be a Jewish girl.
Simultaneously with Wagenaar's research, two employees of the Camp Westerbork Memorial Centre, Koert Broersma and Gerard Rossing, are conducting their own research into the Westerbork film. By examining the traces left by the film, Rossing and Broersma are able to determine the date of the recording. Careful analysis of the footage reveals that this is not a Jewish transport, but the so-called “Gypsy transport” of 19 May 1944.
Wagenaar also realises that the girl in the carriage door must be a “Gypsy girl”. He goes to various caravan camps in the Netherlands to search for her name. The answer comes at his first stop in Spijkenisse, when he meets a survivor of the “Gypsy transport”.
'My head is spinning. Can this be true: a Monday afternoon in Spijkenisse, less than ten minutes after meeting the first survivor of the gypsy transport from Westerbork that I have found, and the girl who for almost half a century was known worldwide as the anonymous victim of the deportations has her name back?
'Settela!“ she cries. 'That was her name: Settela! That's what her mother shouted: ‘Settela, get away from that door, you'll get your head stuck in it!’ Settela!”
Settela Steinbach. It is Monday afternoon, 7 February 1993, five minutes past four. The girl has her name back.'
Portraits in music:
The Prins Claus Conservatory, the Knowledge Centre Art & Society, and the Memorial Centre Camp Westerbork are developing and researching artistic and contemporary forms of commemoration and remembrance in a multi-year collaboration. From September 2025 through February 2026, the students of the Jazz Master Ensemble worked on musical portraits inspired by the lives and stories of prisoners at Camp Westerbork.
Lorenzo Viscomi – portret voor Settela Steinbach
Reflection:
My composition is connected to the portrait of Settela Steinbach, a 9 years old girl who passed through Camp Westerbork, before being deported and killed in August 1944 at Auschwitz-Birkenau. The portrait explores her roots in the Sinti and Roma community and mentions how violins used to be played in her family, their music echoing through the village. During the process of composing, I initially tried to incorporate strings as a way to connect my music to her. However, the work ultimately took a different direction: during our visit to the camp, I was deeply affected by the train tracks. The same impression had struck me years ago when I visited Auschwitz-Birkenau: the image of tracks leading from the outside world directly into the camp is very powerful and resonated with me. In the portrait, Settela Steinbach also appears as the “girl between the carriage doors,” a reference to the Westerbork documentary filmed in 1944; So, in my composition, I experimented with representing the solemnity of a train carriage filled with people, treated like cattle. My composition is intended to evoke how this transport might have sounded: I chose a very slow tempo and harmonies with strong, vivid colors. I wanted it to be a powerful statement, and also painful to experience.