Louis Leon (Louk) Pinas

Louis Leon (Louk) Pinas is geboren in Zwolle op 29 maart 1928. Hij was de jongste van de drie kinderen uit dit gezin. Zijn oudste zus was Eveline (1920-Auschwitz 1943), zijn jongste Hanna (1922-2006).

Foto links: www.joodszwolle.nl

Louis Leon (Louk) Pinas

Voornaam
Louis Leon (Louk)
Achternaam
Pinas
Geboortedatum
29 maart 1928
Geboorteplaats
Zwolle

Nanny en Leo hadden drie kinderen. Eveline werd geboren op 22 augustus 1920 in Zwolle. Ze was de oudste dochter. Hanna is geboren op 24 november 1922 en de jongste, Louis Leon (Louk), kwam ter wereld op 29 maart 1928.

Moeder Nanny Pinas met Louk en Eveline. Foto: www.joodszwolle.nl 

 

Louks'ouders bezaten in het begin van hun huwelijk een hotel, Hotel Pinas aan de Beestenmarkt 13 in Zwolle. In 1929 werd het hotel verkocht en begonnen Leo en Nanny een winkel, een ‘Voering en Knoopenhuis’.  De winkel was eerst Op de Grote Markt 3 en vanaf oktober 1938 aan de Driezerstraat 81 in Zwolle.

1937

1941

De geschiedenis van de oorlogsperiode van Nanny, Leo en de drie kinderen Pinas wordt beschreven in het boek: Drie jaar duurde de nacht, van Hanna Herzberg-Pinas. Hanna is Nanny’s tweede dochter en zij heeft tijdens haar onderduikperiode een dagboek bijgehouden en dit later verwerkt.

(…) De dagen zijn wanhopig lang. Wanneer ik ’s morgens wakker word, begin ik al te rekenen. Nog veertien uur en dan kunnen we weer naar bed. Maar veertien uur is een hele tijd als je op de zolder zit en niets kunt doen.

De fragmenten hieronder komen uit dit boek. De schrijfster laat haar moeder het verhaal van de familie vertellen. De namen zijn geanonimiseerd: Leo heet in het boek Harry, Nanny is de ‘ik’, en Eveline, Hanna en Louk heten in het boek Betty, Chaja en Daaf.

Op 12 maart 1942 kwam het bevel van de bezetter dat rechtstreeks invloed had op het leven van het gezin Pinas: er was bevolen dat Joden niet meer mochten beschikken over hun eigen bedrijf. Hun winkel aan de Diezerstraat werd geliquideerd. Het hield in dat de goederen werden geïnventariseerd, de winkel werd verkocht en het gezin het pand moest verlaten. Dit proces nam een jaar in beslag. In die periode was Leo al eens acht weken ondergedoken geweest, uit angst voor de razzia’s.
Halverwege 1942 kwam de oproep voor de Joodse mannen om naar de werkkampen te gaan. Voor Leo was er nog even uitstel: hij had een verzoekschrift ingediend om vrijstelling te krijgen wegens de ziekte van hun zoon Louk. De jongen had vanaf zijn achtste een ziekte waarbij hij met enige regelmaathoge koorts en abcesvorming kreeg. Het verzoek werd afgewezen en Leo moest toch naar een werkkamp.

Kort na Leo’s vertrek moesten Nanny en de kinderen hun woning verlaten, ze trokken in bij de schoonzus van Nanny aan de Van Lennepstraat 26 in Zwolle. Deze schoonzus was Elisabeth Anholt-van Gelderen. Haar man Levie, Nanny’s broer, zat toen al in een werkkamp.

Het was begin oktober 1942 toen het bericht kwam dat de Joden uit Zwolle opgehaald zouden worden. Ook de werkkampen werden in die dagen ontruimd en de mannen, waaronder Leo, werden naar kamp Westerbork vervoerd.
In het gezin Pinas heerste paniek na het horen van de berichten. Het was al avond en zoon Louk was ziek, hij had koorts. Dochter Hanna had een chronische blindedarmontsteking en had de afspraak om een van de komende dagen naar het ziekenhuis te gaan voor een operatie.
Om aan de Duitsers te proberen te ontkomen belde moeder Nanny zowel de huisarts voor Louk als de behandelend chirurg voor Hanna. Hanna werd gesommeerd onmiddellijk naar het ziekenhuis te komen. De huisarts, die voor Louk kwam, bracht Hanna achterop zijn motor weg. De huisarts had ook geconstateerd dat Louk dysenterie had.
Toen was daar het moment dat de politie de bewoners op kwam halen. Er was verwarring, wat moesten ze met het zieke kind, dat ook nog besmettelijk was? Uiteindelijk mocht Nanny bij Louk blijven, maar voor Eveline was geen uitweg, ze moest mee. Ook Nanny’s schoonzus werd opgepakt. Achteraf verweet Nanny zichzelf dat ze niet bedacht had te suggereren dat ook de oudste dochter Eveline dysenterie had en dus thuis had moeten blijven, het had haar leven kunnen redden.

Uit Drie jaar duurde de nacht: (Betty is Eveline, Harry is Leo)

(…) Alles gaat verder vliegensvlug. Ik herinner me niets meer tot het moment dat Betty weggaat onder geleide van de politie, omringd door een aantal vrienden, die de bagage dragen. Ook voor Harry heeft ze een rugzak bij zich.
Het afscheid is vreemd, zo vlug en dan gaat ze weg, achteromkijkend, wuivend, zo flink, terwijl ik haar de hele straat achterna gil: ‘Betty! Betty!’

Hanna kwam na drie weken uit het ziekenhuis. Nanny, Hanna en Louk doken meteen daarna onder. Het drietal kwam terecht bij ‘meneer en mevrouw De Boer’. Waar dat was wordt niet gemeld in het boek. Hanna vierde haar 20e verjaardag in de onderduik, Louk was toen veertien en Nanny werd aan het eind van 1942 43 jaar.

(…) Het wegkomen is niet zo moeilijk. We moeten ongeveer een uur lopen. Wanneer we nu om 7 uur weggaan, dan begint het al donker te worden en kunnen we er net vóór 8 uur aankomen. Dan is het al volkomen donker zodat niemand ons kan zien binnengaan. (…)

Ze doken onder nog voordat Leo en Eveline afgevoerd werden naar Auschwitz.

In de gegevens van kamp Westerbork staat vermeld dat Eveline Pinas tussen 3 en 5 oktober aankwam in kamp Westerbork en Leo op 6 oktober. Het boek beschrijft echter dat vader en dochter samen in de trein naar het kamp zaten.

In kamp Westerbork is Leo ingedeeld in de graafdienst. Niet voor lang, op 6 november vertrok zijn trein naar Auschwitz. Direct bij aankomst, op 9 november werd hij vermoord. Leon Louis Pinas is 53 jaar geworden.
Eveline werd op 10 november, de dag na de dood van haar vader, op transport naar Auschwitz gestuurd. Ze schreef nog naar haar moeder:

Lieve moeder,
Even een paar afscheidswoorden. Morgen gaan we waarschijnlijk op transport. Leuk vind ik het niet, maar we zijn nu eenmaal niet voor ons plezier op de wereld. Westerbork is ook geen paradijs, maar ik had hier toch wel graag gebleven. Groet alle familie, vrienden en bekenden van me, wees sterk en moedig en denk ondanks alles: Am Jisrael Chai! Het joodse volk leeft.

Vanuit Auschwitz-Birkenau heeft Eveline op 26 november 1942 nog een brief verzonden naar haar tante, daarin stond onder andere:

(…) Lily en Mimi zijn bij de zuster van Sia gekomen, net als Bep en ik ga er misschien ook al spoedig heen.

Sia’s zuster was in 1940 overleden, dus de briefschrijfster probeerde in bedekte termen te waarschuwen over wat daar stond te gebeuren. De brief is nooit aangekomen bij haar moeder, zus en broer, zij waren toen al even ondergedoken.
Eveline Pinas werd vermoord op 31 maart 1943, ze was 22 jaar oud.

Van Leo en Eveline Pinas staan Westerborkportretten op deze website.

Via meneer De Boer bleven Nanny en de kinderen nog wel op de hoogte van de buitenwereld. Zo kregen ze op een gegeven moment te horen dat Leo en Eveline niet meer in kamp Westerbork waren.

Na een week of twee verleende het echtpaar De Boer ook een schuilplaats aan Nanny’s ouders Emanuel en Hanna Anholt-Reindorp en aan haar vijf jaar jongere zus Bilha (Bella) Anholt. Bella woonde bij haar ouders.
In de beginperiode hadden de onderduikers nog de beschikking over een huiskamertje en een slaapkamertje op de eerste verdieping van het huis.
De gordijnen moesten altijd dichtblijven en er moest gefluisterd worden, het huis was erg gehorig. Als het donker werd, konden de onderduikers naar beneden, naar de woonkamer van meneer en mevrouw De Boer.

(…) ’s Morgens staan we pas laat op en wanneer we dan de ontbijtboel afgewassen hebben, wat tegenwoordig boven gebeurt, en het kamertje gedaan is, dan is de morgen al haast om. En ’s avonds is het al zo vroeg donker dat we al voor zessen in de kamer komen. Dan kunnen we ons tenminste warmen, want in het kamertje is het nu erg koud zonder kachel. We proberen de kou zoveel mogelijk tegen te gaan door dikke kleren aan te trekken, maar het valt niet altijd mee, vooral niet voor de oude mensen. (…)

Tot tweemaal toe speelde de ziekte van Louk op. De eerste keer kon de huisarts van de familie het opensnijden van het abces alleen af, de tweede keer nam hij een chirurg mee, die de jongen op het onderduikadres opereerde.

Mevrouw De Boer nam in het voorjaar van 1943 ook nog een Joods meisje van negen maanden op. Ze vertelde aan de buurt dat dit kind een geëvacueerd Rotterdammertje was.

In juli 1943 moesten de zes onderduikers overdag naar de zolder, ze mochten alleen als het donker was in naar de twee kamertjes op de eerste verdieping komen. Een buurvrouw was het opgevallen dat de gordijnen altijd dicht waren en had aan mevrouw De Boer gevraagd:  ‘Heb jij een Jood verborgen?’

(…) De dagen zijn wanhopig lang. Wanneer ik ’s morgens wakker word, begin ik al te rekenen. Nog veertien uur en dan kunnen we weer naar bed. Maar veertien uur is een hele tijd als je op de zolder zit en niets kunt doen.

Twee toiletemmers moesten ze gebruiken en een waskom in plaats van een wastafel. Het werd heet op zolder, de hitte was bijna ondraaglijk. Vanuit het zolderraam hoorden de onderduikers het praten en lachen van de mensen buiten en zagen ze een glimp van de voorbijgangers: (Chaja is het pseudoniem voor Hanna.)

(…) Ik kan soms ook zo verlangen als ik die mensen allemaal voorbij zie fietsen, badpak achterop, bruin, gezond, vrolijk, alsof er geen oorlog was.

(…) ‘U mag straks ook in het water,’ belooft Chaja, ‘vanavond om tien uur mag je je hete gezicht afwassen met een doekje alvorens in je smoorhete bed te kruipen. Dat is ook water.’
‘Vanavond om tien uur,’ reken ik uit, dat is nog zes en een half uur. Nog zes en een half uur op de hete zolder, dan is er weer een dag om.’

Toen er vijftig Grüne Polizei in de buurt gesignaleerd waren hebben de onderduikers twee nachten in de schuur moeten slapen, alle sporen van hun bewoning op de zolder waren opgeborgen.
De winter van 1943-1944 was koud en de zomer van 1944 was vooral in augustus erg warm.
Aan het eind van een middag in oktober 1944 kwam er een einde aan de twee jaar durende onderduik van de zes personen in het huis van meneer en mevrouw De Boer. Er werd inkwartiering bevolen. Dezelfde avond nog kwamen leden van de Ondergrondse om de onderduikers op te halen. Ze werden apart geplaatst en moesten nog verschillende keren verhuizen. Maar door de valse persoonsbewijzen die de Ondergrondse geregeld had, was er meer bewegingsvrijheid. Ook was er meer comfort, zoals een kachel.

Uiteindelijk kwamen Nanny en haar kinderen Hanna en Louk met z´n drieën bij een vrouw met drie kinderen, van wie de man tewerkgesteld was in Duitsland. Met hun valse papieren hoefden ze niet meer zo voorzichtig te zijn. Ook Emanuel en Hanna Anholt-Reindorp en hun dochter Bella Anholt verbleven de laatste maanden samen in een gastgezin.

Op 14 april werd Zwolle bevrijd. Na eerst teruggegaan te zijn naar de woning waar ze het laatst verbleven, aan de Van Lennepstraat 26, zijn Nanny, Hanna en Louk vertrokken naar Israël. Nanny Pinas Anholt is 88 jaar geworden.

Emanuel Anholt en Hanna Anholt Reindorp bleven in Nederland wonen, evenals Bella Anholt.

Op het adres Diezerstraat 81 te Zwolle zijn in 2018 voor Leo en Eveline Pinas struikelstenen gelegd.

Foto: Wieske Velthuis

Familieportret ter gelegenheid van de bruiloft van Levie Anholt en Elisabeth van Gelderen, 1938. Bovenste rij: 1. Leo Pinas, 2. Hanna Pinas, 4. Eveline Pinas. Tweede rij: 1. Bella Anholt, 3. Nanny Anholt. Derde rij: 5. Emanuel Anholt, 6. Hanna Anholt-Reindorp. Louk is een van de drie neefjes op de onderste rij.

Foto: www.joodszwolle.nl. Beschikbaar gesteld door Louki Pinas.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.