Op 3 oktober 1942 zit de gymnastiekzaal van Gymnasium Celeanum in Zwolle stampvol. Ten minste 84 Joodse Zwollenaren, voornamelijk vrouwen en kinderen, zijn hier verzameld om de volgende dag naar Kamp Westerbork vervoerd te worden. Het zijn voor het grootste deel gezinsleden van Joodse mannen uit Zwolle die in meerdere werkkampen in Overijssel en Friesland te werk gesteld zijn. Onder deze mensen bevinden zich Reina Khan-van Holland en haar vader Jakob van Holland. Reina was getrouwd met Levie Khan die vermoedelijk ook in een werkkamp zat.
Foto links: Levie en Reina Khan (collectie Joods Historisch Museum -https://collections.jck.nl/details/collection/11003490)
Levie en Reina Khan
- Voornaam
- Levie
- Achternaam
- Khan
- Geboortedatum
- 17 december 1910
- Geboorteplaats
- Hoogeveen
- Sterfdatum
- 31 maart 1944
- Sterfplaats
- Midden -Europa
Op 3 oktober schrijft Reina een briefkaart vanuit het gymnasium aan de familie Knuppel in Zwolle. Daarin schrijft ze aan Joop Knuppel: ”Jullie zullen vanmorgen wel vreemd opgekeken (hebben).” Ze vervolgt: ”Wat we achter de rug hebben is niet te beschrijven” en dat het “gisteravond half negen begon” en dat het evenmin te beschrijven is wat er in die gymzaal gebeurt. Ze schrijft ook dat ze de hele nacht bezig is geweest maar geen resultaat boekt. Mogelijk probeerde ze vrij te komen. Onder die tekst van Reina staat een kort stukje geschreven en ondertekend door Levie. Dat lijkt er op te wijzen dat hij in elk geval op 3 oktober ook in de gymzaal vast zat, al of niet sinds kort terug uit een van de werkkampen. Hij bedankt iedereen voor datgene wat men voor hen, Levie en Reina, deed.
De brief van 3 oktober 1942 - zie voor volledige brief:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000312
Reina en Levie waren vier jaar daarvoor in 1938 getrouwd in Ruinen. Reina, geboren in Ruinen in 1912, was de dochter van Jakob van Holland (Ruinen 1866) en Mietje van Holland-Cohen (Gieten, 1869) die in 1934 overleden was. De ouders van Reina kregen twee zonen die op jonge leeftijd overleden. Daarna werden Reina en Anna (1904) geboren. Jakob staat in het bevolkingsregister als koopman vermeld.
Reina Khan-van Holland (collectie HcKW:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000327
Levie (Hoogeveen 1910) was de zoon van Mina Khan (Hoogeveen, 1888) en een onbekende vader. Hij groeide op bij zijn grootouders, Levie Khan en Jetje Khan-Conen in Hoogeveen. Opa Levie was ook koopman. Levie bezocht de ambachtsschool en werd administrateur op het hoofdkantoor van de Grontmij in Hoogeveen. (Grondverbetering en Ontginning Maatschappij) In het jaar dat Levie bij de Grontmij begon, 1931, verhuisde het bedrijf naar Zwolle. Levie verhuist een jaar later ook naar Zwolle.
Levie Khan (collectie HcKW:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000326
In 1934 verloven Levie en Reina zich en het huwelijk vindt plaats op 6 april 1938. In diezelfde maand gingen Reina en Levie in Zwolle wonen. Of dat meteen aan de Molenweg was is niet bekend, ze woonden daar in elk geval in 1942. Ook De vader van Reina, Jakob van Holland, die in 1938 72 jaar was, ging mee naar Zwolle waar hij bij zijn dochter en schoonzoon introk.
Na de bezetting door Duitsland werden vrij snel de eerste anti-Joodse maatregelen genomen. In 1941 kwamen er veel meer maatregelen bij. Zo werd in Zwolle in september 1941 Joodse kooplieden de toegang tot de veemarkt ontzegd, dit ondanks pogingen van de Zwolse burgemeester van Karnebeek dit te voorkomen. De eerste razzia in Zwolle vond plaats op 10 oktober 1941. Het was de bedoeling dat er ongeveer 50 Joden opgepakt zouden worden maar door optreden van politieambtenaren, de voormalige commissaris van de koningin in Overijssel en onderlinge communicatie waren de meeste Joden op die 10e oktober ondergedoken: er werden maar vier mensen opgepakt. Het was echter uitstel van executie. Zo werden Joodse mannen verplicht om in de al voor de oorlog opgerichte werkkampen te gaan werken.
Ook Levie heeft vermoedelijk in zo’n kamp gezeten, mogelijk De Vecht bij Dalfsen, De Witte Pael bij Heerenveen of Kamp Conrad bij Rouveen. Vanaf augustus 1942 begonnen de georganiseerde deportaties naar het oosten, via Kamp Westerbork. Begin oktober van dat jaar moesten zeker 84 Joden, vooral vrouwen en kinderen van de mannen die in de werkkampen zaten, opgeroepen om naar Gymnasium Celeanum te komen, zoals in het begin van dit verhaal al geschreven is. Levie was daar toen ook, zoals blijkt uit het briefje dat Reina schreef aan Jo Knuppel. Bekend is dat de Joodse mannen die in Kamp Conrad zaten te voet en met de trein op 3 oktober naar Zwolle kwamen, dat kan ook voor Levie gelden.
'Wat we hier beleven, vergeet ik van mijn leven niet!'
Op waarschijnlijk 3 oktober zijn de Joden die in het Gymnasium zaten per trein naar Hooghalen vervoerd waarna ze naar Kamp Westerbork moesten lopen. Eén van de mannen die bij dit transport zat en die de kampen overleefde vertelde na de oorlog in een interview over chaotische toestanden bij het registreren en het proppen van de mensen in één van de barakken.
Later worden Reina en Levie ondergebracht in barak 65. Daar schrijft Levie op 5 oktober een briefje naar de familie knuppel. Hij schrijft: ”Wij zijn allen gelukkig nog goed gezond en hopen van U hetzelfde.” Hij vraagt om fruit en levensmiddelen die nog in de kelder liggen op te halen en op te sturen. Ook vraagt hij om “rokerij.”
Brief van 5 oktober. Voor de volledige brief zie:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000313
Op 5 oktober ’s avonds schrijft hij nog een brief. Levie vraagt om drie schoteltjes (?) uit de keukenkast, een paar handdoeken uit de slaapkamer en wat enveloppen. Verder weet hij niets te vertellen. “Hartelijke dank en hartelijke groeten”.
Op 9 oktober schrijven ze allebei een brief naar Knuppel. Reina schrijft in haar brief dat zij en Levie niet meer in dezelfde barak ‘wonen’: zij zit nu in barak 63, Levie is in 65 gebleven. “Wij zijn gelukkig gezond”, schrijft ze. Maar uit dat wat ze verder schrijft blijkt hoe heftig het is. Allerlei bezittingen zijn afgepakt: postzegels, vulpen, zilveren horloges en al het geld. “We zijn straatarm”, schrijft ze. Alles werd door Lippman-Rosenthal ingepikt. (een voor de oorlog Joodse bank die door de Duitse bezetter was ‘overgenomen’ en gebruikt werd om de Nederlandse Joden van hun bezittingen te beroven). Het weer is omgeslagen, het hagelt en het sneeuwt en ze hebben het koud. Ze vraagt Jo Knuppel uit het huis van Reina en Levie een paar kluwens wol te halen en op te sturen zodat ze een bivakmuts kan breien. Ze vraagt ook andere kleding op te sturen, oude blouses en wollen jurken, een dikke winterjas onder andere. Ze schrijft: ”Ik ben sinds vorige week vrijdag niet uit de kleren geweest”. Dat betekent sinds ze in het Gymnasium vast zat, een week ervoor. En over eten: ze hebben honger: ze leven van brood ’s avonds en ’s middags een lepel stamppot. “Joop, als het niet te veel gevraagd is, stuur ons dan wat levensmiddelen, hetzij boter, kaas, jam, brood en een beetje thee”, schrijft ze. En de honderden mensen in een zaal, daar heeft ze last van. Ze klinkt wanhopig: ”In Gods naam, als alles maar terecht komt”
De brief van 9 oktober. Voor volledige versie kijk op:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000318
Op dezelfde dag schrijft Levie dat de eerder gestuurde pakketten ’s middags zijn aangekomen, ze zijn er erg blij mee. Hij schrijft ook om bij volgende verzendingen een omschrijving van wat er in het pakket zit mee te sturen; “Anders pikt de Joodse Raad het in”. Verder vraagt hij om platte en kleine staafbatterijen en wollen kleding voor Reina. Tot slot dat, als ze weggaan (hij bedoeld weggevoerd worden), ze een telegram zullen sturen. De pakketten moeten dan naar D. Goudsmit gestuurd worden. Die zit op dat moment in barak 46. David Goudsmit was de man van Anna, Reina’s zus.
Brief van Levie en Reina - volledige versie op:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000315
In een ongedateerde brief schrijven Reina en Levie of de familie Knuppel schoenen, closetpapier en zaken die in de kelder van hun huis staan op willen sturen. “Niet aan de J.R. sturen” staat er onderstreept op de achterkant. En het moet er voor 15 oktober zijn. Dat laatste doet vermoeden dat ze dan al weten dat ze op 16 oktober op transport gaan.
De brief van Reina en Levie. Voor volledige brief zie:
https://collecties.kampwesterbork.nl/werk/https%3A%2F%2Fdata.kampwesterbork.nl%2Fwork%2FTH0000000314
Dat was ook zo: op vrijdag 16 oktober vertrekt er weer een trein vanuit Kamp Westerbork naar het oosten. Het was een van de transporten die in 1942 halthielden bij Cosel, toen een Duitse stad aan de Oder, nu in Polen genaamd Kozle. Het ligt ongeveer honderd kilometer ten westen van Auschwitz.
Tijdens die stops werden van augustus 1942 tot in december van dat jaar mannen van15 tot 55 jaar uit de trein gehaald en met open vrachtwagens naar diverse werkkampen gebracht. Levie was op 18 oktober één van hen. Reina en haar vader Jakob gingen door naar Auschwitz, waar ze op 19 oktober 1943 werden vermoord.
De mannen die uit de trein waren gehaald werden met open vrachtwagens naar het kamp Sakrau vervoerd en van daar naar verschillende werkkampen. Levie en de mannen van zijn transport werden nog dezelfde dag naar Bobrek, een sub-kamp van Auschwitz, ten N.W. van Chorzow gebracht. Er werd dwangarbeid verricht, o.a. in de fabriek van Siemens. Het sterftepercentage verschilde per kamp, maar was erg hoog. De paar Nederlandse overlevenden vertelden, toen ze na de oorlog geïnterviewd werden, dat ze vooral aan de spoorweg in de buurt moesten werken. Dat was zwaar werk: rails sjouwen, lossen en laden, grondwerk. Ook in Königshütte (nu Chorzow) werd aan de spoorweg gewerkt. Een van die overlevenden, Frank Meijer, noemt Levie in een verslag dat na de oorlog werd opgemaakt. Kamp Bobrek werd in maart 1944 ontruimd, de gevangenen gingen naar Blechhammer, Gross Rosen of Buchenwald, te voet of met de trein.
Zeker is het niet, maar het zou kunnen dat Levie tijdens een dodenmars of het treintransport naar een van deze kampen is overleden. Zijn sterfdatum is op 31 maart 1944 gesteld maar ook dat is niet zeker. Ook de plaats waar hij overleed is niet bekend, in de later opgestelde overlijdensacte staat: ‘Midden-Europa’.
Alle in 1940 nog levende familieleden van Reina en Levie (19 mensen) zijn tussen 1942 en 1944 vermoord.
De struikelstenen in Zwolle - foto van de website www.stolpersteine-zwolle.nl:
https://www.stolpersteine-zwolle.nl/article.php?articleID=79
Voor Levie, Reina en haar vader Jakob liggen ter herinnering drie struikelstenen voor de woning Molenweg 247 in Zwolle. Voor het toenmalige gebouw van het Celeanum gymnasium staat ter herdenking een monument. Leerlingen van het gymnasium lopen ieder jaar op 3 oktober in optocht naar dit monument.