Johan Engers

“In der Nacht sind 4 Männer aus der S-Baracke geflohen. Alle sind gefasst und 3 dann erschossen worden; der 4. ist angeschossen ins Krankenhaus gebracht worden und wurde vormittags wieder herausgeholt, um erschossen zu werden.”
Uit het dagboek van kampgevangene Hans Bial, 6 september 1944.

Johan Engers

Voornaam
Johan
Achternaam
Engers
Geboortedatum
07 juni 1919
Geboorteplaats
Batavia
Sterfdatum
06 september 1944
Sterfplaats
kamp Westerbork

De vier vluchtelingen die Bial noemt waren John Ancona, Johan Engers, Samuel Goldstein en Ernst Katan. Zij vluchtten uit angst om gedeporteerd te worden in de periode dat de laatste deportatietreinen vertrokken uit kamp Westerbork. Hartog Walvis behoorde in eerste instantie ook tot dit groepje, maar hij keerde kort voor de daadwerkelijke ontsnappingspoging terug naar zijn barak. Hij verklaarde in een naoorlogs proces-verbaal over de gebeurtenis het volgende:

“Nadat wij een dag of tien in het kamp hadden vertoefd, werd ons medegedeeld, dat wij op transport naar Duitsland zouden gaan. Om aan dat transport te ontkomen heb ik met 4 andere jongens genaamd: Engers, Ancona, Katan en Goldstein, het plan gemaakt om te ontvluchten. Na ons eerst voorzien te hebben van een nijptang om het prikkeldraad door te knippen, zijn wij ’s avonds onze barak uitgegaan. Toen wij bij het prikkeldraad waren gekomen hoorde ik in het kamp fluiten. Ik vermoedde dat wij werden gezocht en deelde dit aan de anderen mede en stelde voor om terug te keren. De anderen voelden daar niet veel voor en zijn toen door gegaan. Ik ben weer naar het kamp teruggegaan.”

Om ontsnappen moeilijk te maken was er naast het prikkeldraad ook een kampgracht om het kamp heen. Bij het oversteken van deze kampgracht zijn de vier vluchters opgemerkt door surveillerende leden van het politiebataljon dat belast was met de buitenbewaking en meegenomen naar de Kommandantur-barak. Kampcommandant Gemmeker werd erbij geroepen en omdat deze naar eigen zeggen niet bevoegd was om zelfstandig straf op te leggen, zocht Gemmeker contact met de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en SD Karl Schöngarth. Van diens ondergeschikte Erich Deppner (die in de zomer van 1942 de eerste kampcommandant van het doorgangskamp Westerbork was geweest) kreeg Gemmeker de opdracht om de vier mannen direct te fusilleren. Gemmeker wees daarop enkele SS’ers uit zijn kamp aan die de executie bij het crematorium van kamp Westerbork middels een nekschot moesten uitvoeren.

Fragment uit de verklaring van kampcommandant Gemmeker in het proces -verbaal uit 1945.

De teruggekeerde medevluchter Hartog Walvis werd kort na terugkomst in zijn barak door enkele SS’ers opgehaald en ook door kampcommandant Gemmeker ondervraagd over de ontsnapping. Hij werd vervolgens in de gevangenenbarak opgesloten en begreep dat zijn medevluchters waren gepakt. Walvis hoorde de volgende dag dat de vier nog diezelfde avond gefusilleerd waren.


Uit de kampadministratie, 6 september 1944.

Zelf werd hij een week later naar Bergen-Belsen gedeporteerd en van daar in december 1944 naar Buchenwald. Hij overleefde de oorlog en getuigde kort daarna tijdens het onderzoek naar de executie van zijn medevluchters.

'Om aan dat transport te ontkomen heb ik met 4 andere jongens genaamd: Engers, Ancona, Katan en Goldstein, het plan gemaakt om te ontvluchten.'

Johan Engers was 25 jaar toen hij werd vermoord. Hij werd als Johan Frederik Theodoor Engers geboren in Batavia op 7 juni 1919. Zijn vader was Abraham Engers en zijn moeder Johanna Frederika Theodora Leijzers Vis. Voor Johan waren er al twee zonen geboren in het gezin: Alexander in 1909 en Michel in 1910, beide in Batavia. In het Nieuws van den Dag voor Nederlands-Indië van 1 september 1929 werd een goede uitslag van Johan vermeld bij wedstrijden ter gelegenheid van het driejarig bestaan van de zwemclub aldaar.

In 1930 kwam het gezin naar Nederland en vestigde zich in Amsterdam. Vanaf 1934 was het adres Tweede Jan van der Heijdenstraat I in Amsterdam. Johans ouders en broers overleefden de oorlog. Vanaf november 1939 was Johan ingeschreven in Nijmegen op het adres van het Canisius College, een katholieke jongenskostschool, waar hij waarschijnlijk was voor zijn opleiding aan de Handelsschool. In de zomer van 1940 keerde Johan terug naar zijn ouderlijk huis in Amsterdam. Hij was daarna assistent boekhouder en werkte als assistent-bedrijfsleider in een fabriek voor isolatiemateriaal. In de rapporten van de Amsterdamse politie komt zijn naam voor in maart 1943 toen Johan aangifte deed van fietsdiefstal.



Johan Engers werd volgens zijn vader begin juni 1944 opgepakt in Sneek en is van daar naar Leeuwarden gebracht en gevangengezet. Kort daarna werd hij overgebracht naar kamp Amersfoort waar hij ongeveer twee maanden opgesloten was. Op 25 augustus 1944 kwam Johan Engers als strafgeval in barak 67 van kamp Westerbork terecht. Met een groep andere gestraften kwam hij die dag binnen vanuit Amersfoort. 

Na de executie zijn de lichamen van de mannen in het crematorium verast. Het bijzondere verhaal van Samuel Goldstein die de executie in eerste instantie overleefde is hier te lezen: https://westerborkportretten.nl/verzetsportretten/samuel-goldstein

De stoffelijke resten van de mannen zijn eerst bij het crematorium begraven en later herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen.

Sinds 2018 zijn de namen van Johan Engers en zijn medevluchters te lezen op herdenkingspanelen bij de executieplaats op het voormalig kampterrein.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.